Van oost tot west ravage op de Filipijnen
De stad Tacloban is zwaar getroffen door de tyfoon Haiyan en een zwaartepunt van de hulpoperatie. Maar de ernstige verwoestingen op de Filipijnen strekken zich uit over een zeer groot gebied in de archipel. Dat zegt Naroesha Jagessar, een Nederlandse medewerkster van het Rode Kruis op de Filipijnen.
Het gaat om het grootste gedeelte van de eilanden Samar en Leyte in het oosten van het land. Op Leyte alleen al wonen 2 miljoen mensen en op Samar 1,5 miljoen.
Ook het noorden van het eiland Cebu is geraakt door Haiyan, net als de bekende toeristenbestemming Coron. Dat is het noordelijke deel van de eilandengroep Palawan, in het westen van de Filipijnen. Op het eiland Panay, in het midden van het land, zijn de problemen het grootst in de provincies Iloilo en Capiz.
Tacloban en Ormoc
Als zwaarst getroffen plaatsen noemt Jagessar behalve Tacloban (220.000 inwoners) ook Ormoc (bijna 200.000 inwoners). Beide steden liggen op het eiland Leyte. Op de zuidpunt van het eiland Samar kampt de plaats Guiuan (bijna 50.000 inwoners) met grote verwoestingen.
Filipijnse media berichten vandaag ook over de toeristenplaats Basey die in het zuiden van Samar ligt, niet ver van Tacloban op het nabijgelegen Leyte. Vijf dagen na de tyfoon zou Basey (50.000 inwoners) nog altijd verstoken zijn van hulp van buitenaf. Alleen daar al kwamen volgens de plaatselijke rampenbestrijding ruim 430 mensen om. In totaal zijn op de Filipijnen al 2.275 doden geteld.
Humanitaire hulp
Volgens de Nederlandse komt de hulpoperatie, voor zover de omstandigheden dat toelaten, steeds beter op gang. Luchthavens worden weer in gebruik genomen en ook over zee is aanvoer weer mogelijk, nadat die eerder door een tropische depressie werd bemoeilijkt. Jagessar vertelt dat het bieden van onderdak en het verstrekken van water, voedsel en medische hulp nog steeds de hoogste prioriteit heeft.