Prehistorische ‘kauwgom’ werpt licht op wat tieners uit stenen tijdperk aten
Wat stond er zoal op het menu van tieners 10.000 jaar geleden? In Zweden hebben ze daar nu een idee van dankzij DNA op een goedje dat kan worden omschreven als prehistorische ‘kauwgom’.
De kauwgomachtige substantie uit het stenen tijdperk is eigenlijk berkenpek, een teerachtige zwarte hars dat ontstaat door de berkenbast te verhitten. Zweedse tieners kauwden er 10.000 jaar geleden op en dat heeft sporen nagelaten in de vorm van tandafdrukken. Dat kauwen deden de jager-verzamelaars waarschijnlijk zodat de hars “kon worden gebruikt als lijm” voor gereedschap en wapens, weet Anders Götherström, co-auteur van het onderzoek dat is gepubliceerd in ‘Scientific Reports’. Al sluit de wetenschapper niet uit dat ze het ook uit plezier of om medische doeleinden deden.
Dertig jaar geleden werden de stukjes ‘kauwgom’ gevonden tussen botten in Huseby-Klev, een 9.700 jaar oude archeologische site ten noorden van Göteborg aan de Zweedse westkust, een van de oudste vindplaatsen van menselijke fossielen in Zweden. Het waren vooral tieners die op de berenteer kauwden, zowel jongens als meisjes. Een eerdere studie uit 2019 leidde al tot een profiel van een meisje dat op zo’n primitieve kauwgom kauwde, Lola.
Dit onderzoek van de universiteit van Stockholm focuste eveneens op het DNA dat in de kauwgom werd aangetroffen en kon nagaan waarop de tieners uit het stenen tijdperk eerder hadden gekauwd. Op het menu van deze kauwers bleken hert, forel en hazelnoten te staan. Verder vonden de wetenschappers ook sporen van een appel, een eend en een vos.
Een stukje waarop een tienermeisje had gekauwd, bevatte bacteriën die wijzen op een zwaar geval van parodontitis, een ernstige tandvleesontsteking. Volgens Götherström moet het meisje veel pijn hebben geleden en begon ze waarschijnlijk kort na het kauwen haar tanden te verliezen.