"De wielerwereld gaat op zijn kop gezet worden"
De Dutch Food Valley Classic van vandaag tussen Veenendaal en Rhenen is de op één na grootste eendaagse wielerkoers van Nederland. Daartoe aangezet door Algemeen Dagblad (AD)-columnist Thijs Zonneveld, de kersverse koersdirecteur, experimenteert de organisatie volop met innovaties in het peloton. Het wielrennen moet met zijn tijd mee. "De hele koers mag op zijn kop gezet worden."
We hebben een lijst met vernieuwingen samengesteld die de komende jaren zoveel mogelijk moeten worden doorgevoerd. Sommige maatregelen (een mobiele app waarmee toeschouwers de koers kunnen volgen, een aanpassing van de dopingreglementen, een systeem waarbij renners via hun fietscomputer worden gewaarschuwd voor gevaarlijke passages) zijn doorgeschoven naar volgend jaar. Voor de editie van dit jaar hebben we een tiental vernieuwingen doorgedrukt.
Het parcours is omgegooid: het zwaartepunt ligt nu op de Posbank - waar we rondjes rijden om het publiek de kans te geven de renners er meerdere keren langs te zien komen op één plek. En de finale is zwaarder geworden om aanvallers meer kansen te geven. Wat we willen bereiken is dat de wedstrijd niet zo voorspelbaar is als voorheen (altijd massasprint) en dat verschillende rennertypes de kans hebben om te winnen: zowel sprinters en puncheurs als aanvallers en hardrijders. Daarom rijden we ook met ploegen van maximaal zes man. Dat maakt de wedstrijd minder makkelijk te controleren en dus attractiever voor het publiek. De finish van de koers wordt van vijf uur verplaatst naar 'prime time' (rond 19.30 uur), zodat mensen die overdag werken óók van de koers kunnen genieten.
De waarde van topsport ligt voor een deel in de breedtesport: daarom hebben we naast afwachtingswedstrijden voor nieuwelingen een toertocht aan het evenement gekoppeld. We willen wielrenners van alle niveaus een hele dag wielrennen aanbieden: zowel actief als passief. Eerst zelf de toertocht rijden, daarna naar de profs kijken. Extra element in de toertocht: een Open NK Klimtijdrit op de flanken van de Posbank. De snelste deelnemer ontvangt behalve een rood-wit-blauwe bolletjestrui ook een startplek voor de profversie van de Dutch Food Valley Classic van 2014.
Camera op de fiets
De grootste technologische innovatie is dat we gaan experimenteren met het gebruik van kleine Zepcam-cameraatjes, die worden geïnstalleerd op de fietsen van de renners. Op die manier kunnen toeschouwers meekijken met wat er gebeurt in het peloton en zelf de snelheid zien en voelen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad, omdat het officieel niet mag van de UCI. Dat we tóch toestemming hebben gekregen, is vooral te danken aan de steun van de renners, de ploegen en een aantal Nederlandse juryleden. En van KNWU-voorzitter Marcel Wintels, die bij Pat McQuaid - het Opperhoofd van het Wielrennen - met succes aandrong op een uitzonderingspositie voor de koers.
De beelden zullen vanavond te zien zijn tijdens een ruime samenvatting op RTL7. In die uitzending komen ook de innovaties van producent Infostrada Sports terug: ze zullen onder meer gebruik maken van richtmicrofoons om geluid uit het peloton op te pikken en ze verwerken hartslag- en vermogensgegevens van de renners in het verslag.
Het grootste obstakel bij het organiseren van de koers bleek het geld te zijn. Rabobank haakte af als sponsor, omdat de bank niets meer met het profwielrennen te maken wil hebben na de dopingbeerput van afgelopen winter. Andere vaste sponsoren konden geen budget meer vrijmaken vanwege de crisis. Dan kun je op je kop staan wat je wilt met vernieuwingen en technologische innovaties, maar het scheelde helemaal niks of er was helemaal geen Dutch Food Valley Classic geweest dit jaar. Pas nadat er alarm was geslagen in de media kwam het alsnog goed. Het geeft nog maar eens aan hoe moeilijk het is om een wielerkoers (of een wielerploeg, zie Vacansoleil) te financieren anno 2013.
De editie van dit jaar moet de basis leggen voor de toekomst. De Dutch Food Valley Classic moet (wat mij betreft met een andere naam) de komende jaren het experimenteerplatform van het wielrennen worden. Sommige experimenten zullen goed uitpakken, sommige minder goed - maar dat hoort nu eenmaal bij pionieren.Het is net als in de koers zelf: wie niet durft te verliezen, wint sowieso niet.