Fordbaas Odell ontkent contractbreuk
De geplande sluiting van Ford Genk is een gevolg van overcapaciteit aan productie in Europa. Dat heeft de topman van Ford in Europa, Stephen Odell, vandaag verklaard.
Die overcapaciteit is op termijn onhoudbaar. Dat Ford van alle Europese fabrieken juist Genk sluit, ligt aan het feit dat de fabriek maar 48 procent van de productiecapaciteit benut, terwijl dat bij de andere Ford-fabrieken hoger ligt. De beslissing van intentie tot sluiting werd vorige week genomen.
De topman had het over een moeilijke beslissing. "We begrijpen de gevolgen voor de werknemers van Genk, en aanvaarden onze sociale verantwoordelijkheid. Dit is geen gemakkelijke beslissing"
"Slechtste markt van voorbije 20 jaar"
Odell ontkent dat hij contractbreuk pleegt door het contract met de vakbonden uit 2010 over werkzekerheid niet na te leven. "In elk contract staat een voorwaarde die refereert naar belangrijke economische veranderingen. We zitten vandaag in de slechtste markt van de voorbije twintig jaar." De situatie in 2010 was ook helemaal anders. Toen was er een financieel probleem, nu is er een probleem met de vraag, aldus nog de topman.
Bij de vorige ontmoeting, een dikke maand geleden, met de vakbonden heeft hij overigens nooit garanties gegeven, gezien de volatiliteit van de markt. Dat de loonkosten aan de basis lagen van de beslissing om Genk te sluiten, zegt Odell niet. "Alle kostenelementen spelen mee. Maar het is vooral het capaciteitsprobleem."
Hogere capaciteitsbenutting in Valencia
Ford kiest volgens de topman voor de fabriek in Valencia omdat de capaciteitsbenutting er hoger ligt, en de fabriek ook de nodige flexibiliteit beschikt om verschillende modellen te kunnen bouwen.
De eventuele terugbetaling van steun van Vlaamse overheid zal volgens de topman onderdeel uitmaken van de dialoog met de regering. Ford staat ook open om te praten over de toekomst van de gebouwen, indien de intentie tot sluiting wordt omgezet in een effectieve sluiting.