Instroom van buiten Oostende voor nachtopvang daklozen
De voorbije vier maanden hebben in totaal 93 mensen gebruik gemaakt van de Oostendse nachtopvang voor daklozen. Slechts in een beperkt aantal gevallen moest het lotingsysteem toegepast worden omdat het aantal aanvragen groter was dan het aantal bedden. Uit de evaluatie van het Sociaal Huis Oostende blijkt verder dat slechts een op de twee daklozen uit Oostende afkomstig is.
Het Sociaal Huis organiseerde tussen 1 december en 31 maart een tijdelijke nachtopvang in de voormalige Vercamerschool. Er waren twintig beschikbare bedden, achttien voor Belgen en twee voor illegalen. Tijdens de voorbije winter waren er 1.844 overnachtingen. Het systeem van loting moest vooral toegepast worden in januari, gedurende de koudste winterperiode.
De diensten van het Sociaal Huis bevroegen ook de daklozen en daaruit blijkt dat negentien procent van de gasten langer dan een maand dakloos is. De helft van de gasten is tussen de dertig en vijftig jaar oud. Drie kwart van de daklozen zijn Belgen.
Uit het onderzoek blijkt voorts dat 49 procent van de daklozen uit Oostende zelf afkomstig is, de rest uit West-Vlaanderen, de grootsteden of het buitenland. Voorzitter Franky De Block pleit dan ook voor een bovenlokale aanpak van het daklozenprobleem. "We zullen tegen uiterlijk 1 juli beslissen hoe we de nachtopvang komende winter aanpakken. We pleiten voor een tweesporenbeleid waarbij we in Oostende een tijdelijke nachtopvang aanbieden gedurende de wintermaanden en waarbij er een permanent bovenlokaal begeleidingstehuis komt waar de daklozen professionele hulp kunnen krijgen. De cijfers over instroom legitimeren onze vraag naar hulp van de provincie en Vlaamse overheid." (belga/tvl)