Studies Oosterweel duiden geen duidelijke winnaar aan
Geen van de trajecten die in de running zijn voor een derde Antwerpse Scheldekruising blinkt uit op alle domeinen van de milieueffectenrapportage. Dat moet althans blijken uit een beknopte samenvatting die Belga kon inkijken van de ontwerpteksten voor het plan-MER, die vandaag naar 25 adviesinstanties zijn verstuurd.
Het Oosterweeltracé, dat de voorkeur wegdraagt van de Vlaamse regering, zou wel duidelijk beter scoren dan het Meccanotracé inzake mobiliteit (doorstroming). Dat Meccanotracé is dan weer het beste op vlak van leefbaarheid omdat het het verst gelegen is van woonwijken, maar de ruimtelijke impact ervan zou negatief zijn omdat het traject door een groot stuk waardevolle open ruimte snijdt.
Op basis van de ontwerpteksten en feedback daarover vanwege de verschillende adviesinstanties, zoals lokale besturen, zal tegen 21 januari 2014 een plan-MER worden opgesteld. Op basis van dat document en van drie andere onderzoeken (een maatschappelijke kosten-baten analyse, een ruimtelijk veiligheidsrapport en een onderzoek naar de tunnel- en wegveiligheid) zal de Vlaamse regering uiteindelijk een beslissing kunnen nemen. De dienst MER zal overigens geen expliciete rangorde tussen de trajecten meegeven ter conclusie, aangezien het aan de Vlaamse regering is het belang van de verschillende onderzoeksdomeinen tegen elkaar af te wegen.
Negatieve effecten
De voorbije maanden werden alle weerhouden trajecten, waarbij de Oosterweelverbinding en het Meccanotracé de voornaamste kanshebbers leken, onderzocht in combinatie met ontwikkelingsscenario's zoals de aanleg van tangenten als de A102 en R11bis, en exploitatievoorwaarden zoals een (gedeeltelijk) vrachtverbod of tolheffing. Uit de samenvatting van de ontwerpteksten voor het plan-MER blijkt er op dat gebied weinig verschil te zijn tussen de trajecten. Wel is het duidelijk dat de aanleg van zowel A102 (tussen de A12/E19 en E313 in het noorden) als R11bis (tussen de E313 en E19 in het zuiden) een erg positief mobiliteitseffect zou hebben, terwijl een verbinding tussen E17 en E34 (Kallo-Haasdonk) dan weer weinig zou bijdragen.
Opmerkelijk is dat enkele van de exploitatievoorwaarden die de Vlaamse regering wil opleggen, waaronder een tol in de aan te leggen tunnel, sowieso een negatief mobiliteitseffect zouden hebben. Dat kan problematisch zijn voor bijvoorbeeld de financiering van het hele project. Een tolheffing in de Kennedytunnel kan dan weer wel goed uitpakken, maar daar was in de Vlaamse plannen tot nu toe geen sprake van.
Voor- en nadelen
De weerhouden trajecten in combinatie met de relevante ontwikkelingsscenario's en exploitatievoorwaarden werden uiteindelijk verder onderzocht op vlak van mobiliteit, ruimtelijke impact en leefbaarheid. Op vlak van mobiliteit zorgt de Oosterweelverbinding voor de beste doorstroming en minste omrijtijd, vanwege de nabijheid van de stad en de goede werking van het knooppunt aan het Noordkasteel. Het Meccanotracé volgt daar op een gedeelde tweede plaats.
Qua leefbaarheid (onder meer luchtvervuiling en geluidsoverlast) scoort dat Meccanotracé het best, al wordt wel benadrukt dat de luchtkwaliteit in de toekomst vanwege de strengere Europese normen sowieso beter zal zijn dan vandaag in alle scenario's. Ruimtelijk gezien doet het Meccanotracé het het slechtst, gezien het grote stuk open ruimte dat met een tunnel moet doorkruist worden op Linkeroever.