Van Buggenhout bevestigt versie Reynders en Henin
Christian Van Buggenhout, de advocaat van de staat, stelt in een brief aan zijn stafhouder dat hij geen voorkennis had van het advies dat subsitituut Paul Dhaeyer in eerste aanleg zou uitbrengen over de verkoop van Fortis. Daardoor bevestigt Van Buggenhout de versie die de kabinetschef van Reynders, Olivier Henin, en Reynders zelf in de commissie gaven.
Van Buggenhout, die vandaag op vraag van zijn tuchtoverste weigerde de eed af te leggen in de Fortis-onderzoekscommissie, stuurde wel een brief naar commissievoorzitter Bart Tommelein (Open Vld). Volgens Tommelein was er afgesproken om de brief van Van Buggenhout niet te verspreiden. Maar minister van Financiën Didier Reynders besliste daar anders over en stuurde de bewuste brief per mail naar de pers. Die gang van zaken leidde tot grote ergernis bij verschillende commissieleden.
Negatief advies
In de brief aan zijn stafhouder licht Van Buggenhout zijn versie van de bewuste 6de november toe. De advocaat zegt dat hij in de voormiddag werd gebeld door zijn medewerker met de melding dat het openbaar ministerie die namiddag zijn advies over Fortis zou uitbrengen. Van Buggenhout antwoordt dat hij zelf de zitting zou volgen omdat hij "gezien de houding van de substituut tijdens de pleidooien en de vele niet van enige scepsis ontdane vragen die hij had gesteld, de zaak niet helemaal vertrouwde en waaruit ik had opgemaakt - zonder dat ik hierover enige voorkennis had - er wellicht een genuanceerd zoniet een negatief advies kon verwacht worden", zo luidt het in de brief.
Met die stelling bevestigt Van Buggenhout de versie die de kabinetschef van Reynders, Olivier Henin, en Reynders eerder zelf in de Fortis-onderzoekscommissie gaven. Zij hielden vol dat zij niet op de hoogte waren van de strekking van het advies van Dhaeyer. De kabinetschef van Yves Leterme en andere kabinetschefs van de vicepremiers legden hierover andere verklaringen af.
Telefoontje
Van Buggenhout zegt in de brief dat hij meteen zijn cliënt, in de persoon van Olivier Henin, op de hoogte bracht van het feit dat het advies er zat aan te komen. Van Buggenhout wisselde naar eigen zeggen toen met Henin ook van gedachten "over de mogelijk juridische vraagpunten waarover het openbaar ministerie een andere mening zou kunnen toegedaan zijn dan de raadsleden van Fortis en van SFPI (FPIM, Federale Participatie en Investeringsmaatschappij, nvdr) en tot welke conclusie het advies eventueel kon komen, d.i. tot en met een eventuele schorsing van de handelingen". Het was dat telefoontje dat Henin kreeg tijdens een vergadering met de andere kabinetschefs.
Van Buggenhout voegt er ook aan toe dat hij na de zitting Henin op de hoogte bracht van de grote lijnen van het advies. Nadien liep Van Buggenhout subsituut Dhaeyer nog tegen het lijf. Dhaeyer zou toen gezegd hebben dat hij uit de mimiek van Van Buggenhout tijdens de zitting kon opmaken dat hij "zeer ontzet" was over de juridische redenering van Dhaeyer. Daarop antwoordde Van Buggenhout dat Dhaeyer "een moedig man was en een belangrijke bijdrage had geleverd maar dat zijn uitgebreid advies erop neerkwam het Wetboek van Vennootschappen te herschrijven". "Waarop wij in hoffelijke termijn zijn uiteen gegaan", dixit Van Buggenhout. (belga/sps)