14 jaar cel voor oorlogsmisdadiger Lubanga
De voormalige Congolese militieleider Thomas Lubanga is vandaag door het Internationaal Strafhof (ICC) in het Nederlandse Den Haag veroordeeld tot 14 jaar cel. Eerder bevond het ICC hem schuldig aan het ronselen en het gebruik van kindsoldaten tijdens de burgeroorlog in de Democratische Republiek Congo in 2002 en 2003.
Lubanga werd veroordeeld tot 14 jaar cel, waarvan de tijd in voorhechtenis sinds 2006 van de straf zal worden afgetrokken. Het is de eerste keer dat het Strafhof, speciaal opgericht voor vervolging en berechting van oorlogsmisdaden, een straf oplegt.
De misdaden waaraan Lubanga al schuldig is bevonden, zijn in 2002-2003 gepleegd in Ituri. In die streek in het noordoosten van Congo woedde in het eerste decennium van deze eeuw een oorlog die aan zeker 50.000 mensen het leven heeft gekost. Lubanga was politiek leider van de Hema's die vochten tegen een rivaliserende stam, de Lendu's.
Aanklager José Luis Moreno Ocampo vroeg dertig jaar opsluiting voor Lubanga. De rechters hielden voor de ex-militieleider echter rekening met verzachtende omstandigheden. Ze erkenden zijn "voortdurende samenwerking met het Hof tijdens de hele procedure" en "de houding van de beschuldigde die onderhevig was aan een constante en ongerechtvaardigde druk".
Lubanga zegt dat hij onschuldig is en het slachtoffer van leugens.
Reactie AdZG
De veroordeling van Lubanga is "een gemiste kans", zo reageren Advocaten Zonder Grenzen (AdZG) op de strafmaat. Zij betreuren vooral dat daarbij de slachtoffers vergeten zijn.
De voormalige krijgsheer, verantwoordelijk voor het rekruteren van kindsoldaten om in te zetten in Oost-Congo, heeft al zes jaar preventief in de gevangenis doorgebracht. Daardoor zal hij in principe nog maar acht jaar moeten uitzitten. "AdZG vreest dat deze straf geen ontradend effect zal hebben op de daders van internationale misdaden", zegt Francesca Boniotti, algemeen directeur van AdZG, in een persbericht.
Bovendien betreurt AdZG dat het principe van compensaties voor de slachtoffers niet vermeld is in de beslissing van het Hof. "De slachtoffers zijn de grote afwezigen in de beslissing van het ICC. Het is niet duidelijk wanneer en hoe er een schadevergoeding komt. We begrijpen deze afwezigheid niet", aldus Boniotti. Op 10 mei bracht Advocaten Zonder Grenzen nochtans aanbevelingen rond schadevergoedingen over aan het ICC.
"Wij verwachten in ieder geval dat het Hof het vonnis op een duidelijke manier zal uitleggen aan de getroffen gemeenschappen. Wellicht moet dat ter plekke gebeuren. Dat is belangrijk om het gevoel van onrecht bij de slachtoffers weg te nemen", zegt Gilles Van Moortel van AdZG. In totaal participeerden 123 slachtoffers in het Lubanga-proces, waarvan 101 ouders van kindsoldaten. Maar in de dorpen zijn duizenden kinderen en families getroffen.