Geen akkoord over Europese troepenmacht Congo
De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zijn het vandaag in Brussel niet eens geraakt over de ontplooiing van een troepenmacht in het oosten van Congo. Karel De Gucht (Open Vld) geeft de hoop echter nog niet op. "Ik merk een stijgende morele verontwaardiging bij een aantal landen", zei hij na afloop van de bijeenkomst.
De Europese buitenlandministers bogen zich vandaag over een verzoek van secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties. Hij dringt er bij de Europeanen op aan, een zogenaamde overbruggingsmacht naar de Democratische Republiek Congo te sturen in afwachting van de versterking van de VN-vredesmissie Monuc.
Nota nemen
Meer dan "nota nemen" van het verzoek van Ban zat er vandaag niet in. Groot-Brittannië, Frankrijk noch Duitsland zijn op dit moment bereid de militaire operatie te leiden. Om wat tijd te winnen gaven de ministers de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van het buitenlands beleid Javier Solana dan maar de opdracht om "de elementen van een technisch, humanitair en politiek antwoord" voor te bereiden.
Tegenstanders van de missie vinden dat een Europese troepenmacht de kans op een politiek akkoord tussen de Congolese regering en de rebellenbeweging van Laurent Nkunda zou verkleinen. Ook spraken ze de vrees uit dat de parallele aanwezigheid van een commando van de Monuc en van de EU de zaken te ingewikkeld zou maken. Onder meer Groot-Brittannië verwees tenslotte ook naar een gebrek aan soldaten.
Battlegroup
De Gucht is het niet eens met die argumenten. "Er is net een stabiliserend element in het militaire landschap nodig om de ruimte voor een politiek akkoord te scheppen", betoogde hij. De Gucht hekelde ook het gebrekkige functioneren van het commando van Monuc. De minister wees er tenslotte op dat Groot-Brittannië momenteel een Europese 'battlegroup' leidt en dus per definitie op korte termijn troepen ter beschikking zou moeten kunnen stellen.
De Gucht vermoedt dan ook dat (geo)politieke overwegingen een rol spelen. De Duitse regering heeft weinig trek in een nieuw parlementair debat over de inzet van Duitse troepen in het buitenland en de nabijheid van de Rwandese grens zorgt om uiteenlopende redenen zowel in Frankrijk als in Groot-Brittannië voor een terughoudende opstelling. De Fransen hebben momenteel geen diplomatieke relaties met Rwanda, terwijl de Britten net nauwe partners van Kigali zijn.
Morele verontwaardiging
Toch geeft De Gucht de hoop nog niet op. Hij merkte naar eigen zeggen een "stijgende morele verontwaardiging" bij landen als Spanje, Ierland, Finland, Zweden en Ierland. "Dat is een stap vooruit, maar dat het een gegeven zaak is, is te veel gezegd", zei hij. De minister blijft de komende dagen ijveren voor een troepenmacht. Hij zal onder meer contact hebben met Solana en de Italiaanse minister Franco Frattini.
Italië leidt vanaf volgend jaar een Europese 'battlegroup' en geldt als één van de voornaamste kandidaten om een eventuele operatie te leiden. Een Belgisch commando acht De Gucht niet raadzaam, zelfs niet indien het de laatste kans op de ontplooiing van een Europese militaire missie zou betekenen. "Met een commando beland je in een politiek-militair vaarwater. Dat is toch wel een stap te ver, met te veel risico's", meent hij.
Burgers beschermen
De Gucht beklemtoonde dat de Europese missie niet aanzien mag worden als een troepenmacht die strijd gaat leveren tegen Nkunda. Evenmin moet ze gezien worden als een steunbetuiging aan het regime van Kabila. "Ze is bedoeld om de burgers te beschermen en de humanitaire hulpverlening toe te laten", besloot hij. (belga/sps)