Syrië zal chemische wapens inzetten bij buitenlandse aanval
Syrië zal zijn chemische of biologische wapens enkel inzetten wanneer het land "blootgesteld is aan een buitenlandse agressie". Dat heeft woordvoerder Jihad Makdisi van het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken vandaag gezegd. Het voorbije weekend had Israël uitgepakt met de dreiging Syrië aan te vallen uit vrees dat de Syrische chemische wapens in handen vallen van al-Qaida. De terreurorganisatie is in Syrië actief in het "verzet". De Europese ministers van Buitenlandse Zaken hebben op een bijeenkomst in Brussel de sancties tegen Syrië verscherpt.
Makdisi beklemtoonde dat het regime geen 'weapons of mass destruction' tegen zijn eigen bevolking zal inzetten. Zij zullen volgens hem ook nooit tijdens de crisis in Syrië worden ingezet, "hoe die crisis ook verloopt".
Syrië is, aldus de woordvoerder, het slachtoffer van een gecoördineerde politieke campagne met als doel de internationale publieke opinie warm te maken voor een militaire interventie onder het voorwendsel van de "dreiging" uitgaande van massavernietigingswapens.
Het voorbije weekend is Washington definitief afgestapt van het propageren van enige diplomatie in het Syrische conflict en overgegaan tot het zoeken naar de beste manier om "regimewissel" -het afzetten van Syrisch president Bashar al-Assad- te bereiken.
Europese sancties
Om de druk op het regime van president Bashar al-Assad verder te verhogen, zet de Europese Unie nog eens 26 mensen en drie bedrijven uit de invloedssfeer van Assad op de zwarte lijst. Daarnaast worden ook de controles op het wapenembargo opgevoerd.
De bijkomende sancties moeten volgens de Duitse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Michael Link helpen om "het net rond Assad te sluiten". Link is ervan overtuigd dat Assad het pleit niet meer kan winnen, net als de Zweedse minister Carl Bildt. "Het regime zal vallen. We weten nog niet wanneer, maar we moeten ons voorbereiden".
Verscheidene ministers sluiten nog steeds een gewapende interventie in Syrië of wapenleveringen aan de tegenstanders van Assad uit. De Franse, Britse en Duitse ministers betogen wel dat de Europese Unie meer hulp moet bieden aan buurlanden als Jordanië en Libanon, die geconfronteerd worden met een toestroom van Syrische vluchtelingen. Volgens cijfers van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN verblijven zo'n 120.000 Syrische vluchtelingen in de omliggende landen.