Wapens voor Syrische rebellen verdelen Europa
Op een bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken hebben verscheidene Europese landen zich terughoudend opgesteld over eventuele wapenleveringen aan de Syrische opstandelingen.
Begin maart verstrijkt het Europese wapenembargo tegen Syrië. Landen als Groot-Brittanië en Frankrijk grijpen die nakende herziening aan om een lans te breken voor een versoepeling van het embargo ten faveure van de opstandelingen tegen het regime van president Bashar al-Assad. Maar vandaag bleek er bij vele lidstaten groot voorbehoud te bestaan.
"We zijn heel voorzichtig. Ik krijg veel vragen in het parlement over wapens uit Libië die nu opduiken in Mali of de Gazastrook. Daarnaast stelt zich de vraag wat er mogelijk is, met wie we kunnen werken en hoe we kunnen controleren dat de wapens niet in verkeerde handen vallen", zei de Belgische minister Didier Reynders.
Defensieve wapens
Als er al een versoepeld wapenembargo komt, zou die eerder op defensieve wapens slaan. Meer duidelijkheid wordt verwacht op 18 februari, wanneer de buitenlandministers de kwestie ten gronde bespreken. Dan wordt ook VN-bemiddelaar Lakhdar Brahimi uitgenodigd. Want hoewel er diplomatiek nauwelijks schot in de zaak zit, blijft Europa diens inspanningen voor een politieke dialoog steunen.
Brahimi bracht de VN-Veiligheidsraad eerder deze week alarmerende berichten over de gruwel en de humanitaire noden in Syrië. Ook Reynders sprak de vrees voor "een lange burgeroorlog" uit. België, dat deze week op een donorconferentie in Koeweit zijn humanitaire steun aan Syrië verhoogde van 2,5 tot 9 miljoen euro, voert intussen bij de VN in Genève campagne voor de vrije toegang van hulpverleners tot gewonden en ziekenhuizen in Syrië.