Assad: "Geen rol voor oppositie in volgende regering"
De Syrische president Bashar al-Assad sluit uit dat leden van de Syrische Nationale Oppositie een ministerspost kunnen bezetten in een volgende regering. Volgens hem is dit "totaal onrealistisch''. Assad zei dat in een interview met het Franse persbureau AFP. Hij zei verder dat er "een goede kans'' is dat hij mee zal doen aan de presidentsverkiezingen, die zijn gepland in juni.
Ook herhaalde de president de inzet van zijn regering dat bestrijding van terrorisme het eerste doel moet zijn van de vredesbesprekingen. "De conferentie in Genève moet leiden tot duidelijke resultaten met betrekking tot de strijd tegen het terrorisme (...) dat zou het belangrijkste
resultaat van de conferentie moeten zijn. Ieder politiek resultaat dat niet met deze strijd heeft te maken, is van geen waarde", aldus Assad.
De president vertelde daarnaast opnieuw dat "de kans groot is" dat hij zichzelf opnieuw kandidaat stelt voor het presidentschap bij de geplande verkiezingen in juni. Assad noemt het "volkomen onrealistisch" dat de Syrische Nationale Coalitie een ministeriële positie in de nieuwe regering zou krijgen.
Opwinding over genodigden vredesoverleg
De aanloop naar de vredesbesprekingen van komende woensdag over Syrië verloopt uiterst moeizaam. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon nodigde Iran uit om aan te schuiven bij het overleg. Iran zou eerder al hebben aangegeven een 'positieve en constructieve rol' te willen spelen. Iran geldt als bondgenoot van Assad.
De Syrische oppositie reageerde woedend en dreigde weg te blijven in Genève als de uitnodiging niet zou worden ingetrokken. Ook de Verenigde Staten zijn sceptisch over de uitnodiging aan Iran. Volgens een woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken moeten de Iraniërs alleen worden toegelaten als ze publiekelijk steun uitspreken voor het akkoord uit 2012. Toen werd in Zwitserland afgesproken dat Syrië een overgangsregering zou krijgen.
VN-chef Ban Ki-moon liet weten geen problemen te verwachten. De Iraanse minister Javad Zarif (Buitenlandse Zaken) zou de VN-voorman hebben verzekerd van zijn steun voor het plan uit 2012. "Iran begrijpt dat de basis van de gesprekken de volledige implementatie is van het communiqué van 30 juni 2012", aldus Ban.