Grote angst voor besmet water en voedsel in Syrië
Enkele dagen na de vermeende aanval met chemische wapens die in Syrië het leven kostte aan honderden mensen, is de angst onder de inwoners van Damascus groot dat ook het water en het voedsel zijn besmet met het gif. Intussen heeft de Amerikaanse president Barack Obama de situatie in Syrië besproken met de Franse president François Hollande.
Terwijl de Syrische regering met de rebellen en de Verenigde Naties aan het uitvechten is wie verantwoordelijk is voor de ergste aanval met chemische wapens sinds Saddam Hoessein 1988, maken de mensen zich vooral zorgen over hun gezondheid.
De ruim 3 miljoen inwoners van Damascus zijn voor een belangrijk deel aangewezen op de productie van groenten, vlees en zuivel op de landbouwgronden van Ghouta, de buitenwijk waar de gifaanval plaatsvond.
De Syrische regering heeft nog geen duidelijkheid gegeven of de bezorgdheid van de inwoners terecht is en er speciale voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om mogelijke besmetting tegen te gaan.
Internationaal overleg
Intussen heeft de Amerikaanse president Barack Obama de situatie in Syrië besproken met zijn Franse collega François Hollande. Beide staatshoofden hebben hun grote bezorgdheid geuit over de vermoedelijke inzet van chemische wapens tegen burgers door het Syrische regime, aldus het Witte huis. Obama en Hollande hebben ook gesproken over mogelijke antwoorden van de internationale gemeenschap.
Een dag eerder sprak Obama al met de Britse premier David Cameron.