IN KAART: zo stemden de Britten voor het nieuwe parlement
De Britse kiezer heeft de kaarten geschud en premier May een opdoffer van formaat bezorgd: in plaats van méér, blijft haar partij achter met net minder stemmen. Toch zal ze deze middag al proberen een nieuwe regering op de been te brengen.
Er moet nog maar een kiesdistrict geteld worden, maar daar was de uitslag te nipt om al een definitieve winnaar aan te duiden. Voor de hertelling kwam het telbureau vanochtend echter volk te kort. De uitslag wordt later vandaag of morgenochtend verwacht.
Duidelijk is wel dat de Conservatieven van Brits premier Theresa May hun absolute meerderheid in het Lagerhuis kwijt zijn. De Tories kregen gisteren 42,45 procent van de stemmen achter zich, goed voor voorlopig 318 zetels. Dat zijn er acht te weinig voor een meerderheid: die ligt op 326 van de 650 zetels. De partij verliest tegenover de vorige verkiezingen 12 zetels.
May won door het zware verlies van de Schotse nationalisten weliswaar een aantal zetels in Schotland, ze verloor er meer in Londen en Wales, meestal ten koste van Labour, dat ook in het noorden van Engeland en Schotland extra zetels kon binnenhalen. De sociaal-democraten komen voorlopig uit op 39,98 procent van de stemmen en 261 zetels, een winst van 31 zetels.
Grootste slachtoffer in Schotland is de SNP, dat er 19 zetels moet prijsgeven en op 35 uitkomt. Toch blijft de partij er met 36,9 procent de grootste.
In Noord-Ierland tot slot blijven er nog maar twee partijen over. De Democratic Unionist Party, die ijvert voor de Unie met Groot-Brittannië en waarschijnlijk de Conservatieven zal steunen in een minderheidsregering, kon twee zetels winnen en eindigt op tien zetels en 36 procent. Tweede partij is aartsvijand Sinn Fein, de Noord-Ierse nationalisten die tegen de Unie zijn. Zij halen zeven zetels, drie zetels winst, vooral aan de grensdistricten met Ierland en in het westen van Belfast.