IS verovert nu ook laatste grenspost tussen Syrië en Irak
Terreurbeweging Islamitische Staat (IS) heeft gisterenavond een nieuw succes geboekt in haar strijd tegen het Syrische leger. Strijders namen de grenspost al-Tanf in, in Irak bekend als al-Waleed, zo liet het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten weten. Al-Tanf was de laatste grenspost die nog door het Syrische regeringsleger gecontroleerd werd.
De grensovergang ligt in de provincie Homs, waar IS gisteren de ruïnenstad Palmyra op het regeringsleger veroverde. De grensovergang ligt ongeveer 240 kilometer van Palmyra. Het is de laatste grenspost aan de grens met Irak die nog in handen van het regeringsleger was.
IS heeft nu het grootste deel van het grensgebied in handen. In het noordoosten van Syrië controleren de Koerden een aantal grensposten. Met Palmyra heeft de terreurgroep ook meer dan vijftig procent van Syrië in handen. Het gaat om de provincies Deir Ezzor en Raqqa, terwijl de terreurgroep ook domineert in Hasakeh, Aleppo, Homs en Hama. Vannacht legden de extremisten beslag op de militaire basis en de gevangenis van Palmyra. Bij gevechten kwamen meer dan honderd regeringsgezinde militairen om het leven.
De VS erkenden vannacht dat de strijd tegen IS een "moeilijke uitdaging" wordt.
Palmyra
IS heeft op Twitter een verklaring uitgegeven waarin het "de ineenstorting" van de pro-regeringstroepen aankondigt. De troepen zouden "een groot aantal doden hebben achtergelaten", waarmee een "stadsplein" gevuld kan worden. Gisteren werden al schokkende beelden verspreid van rijen mannen die door de jihadisten zijn onthoofd.
Volgens het Observatorium hebben de strijders ook de historische plekken van Palmyra, bestaande uit 2.000 jaar oude Romeinse ruïnes, bereikt. Tot nu toe zijn er geen berichten over verwoesting van deze antiquiteiten, al wordt daar wel voor gevreesd na eerdere vernielingen die IS in Irak heeft aangericht. De terreurgroep beschouwt de historische bouwwerken als afgoderij.
Syrië heeft al honderden standbeelden uit de belegerde stad verplaatst naar "veilige locaties", zo zei Maamoun Abdulkarim, directeur archeologisch erfgoed van de Syrische regering, gisteren tegen persbureau Reuters.
Abdulkarim riep het Syrische leger, de oppositie en de internationale gemeenschap op om Palmyra te hulp te schieten. "We vrezen nu vooral voor het museum en voor de grote monumenten die we niet kunnen verplaatsen. Dit is een strijd die de hele wereld aangaat."
Gisteren werd bekend dat IS de controle over Palmyra, Tadmur in het Arabisch, volledig heeft overgenomen. Afgelopen weekend al wisten de extremisten door te dringen tot het noorden van de woestijnstad. Daar werden ze echter weer verdreven. Later sloegen ze terug en wisten ze milities die trouw zijn aan de Syrische president Bashar al-Assad te verdrijven. Het regeringsleger heeft de meeste burgers uit de stad weten te evacueren voordat IS oprukte.
Ramadi
IS boekte vorig weekend ook succes in Irak. Daar veroverde het de stad Ramadi, op ongeveer honderd kilometer ten westen van de Iraakse hoofdstad Bagdad. Iraakse regeringstroepen proberen de stad met behulp van lokale soennitische stammen en sjiitische milities terug te winnen.
Er is een enorme vluchtelingenstroom uit Ramadi op gang gekomen. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie zijn sinds vrijdag meer dan 40.000 mensen op de vlucht geslagen door de aanval van IS op de Iraakse stad.
De regering in Bagdad verleende gisteren toegang aan duizenden vluchtelingen. Eerder werden deze ontheemden tegengehouden bij een brug over de rivier Eufraat.