Nederlandse firma mag verdwenen vliegtuig zoeken
Bodemonderzoeker Fugro mag van Australië de zeebodem gaan onderzoeken in het gebied waar Malaysia Airlines vlucht MH370 in maart mogelijk is neergestort. Dat heeft de Australische vicepremier Warren Truss gemeld.
Fugro was een gegadigden voor de opdracht. Volgens Truss heeft de bodemonderzoeker het beste plan ingeleverd. Fugro gaat twee schepen inzetten die een gebied in de Indische Oceaan, ter grootte van zo'n 60.000 vierkante kilometer, gaan onderzoeken. De boten worden onder meer uitgerust met sonarapparatuur en videocamera's.
De volgende fase van de zoekactie start naar verwachting binnen een maand en kan een jaar gaan duren. 'Ik blijf voorzichtig optimistisch dat we het vermiste vliegtuig in het zoekgebied gaan vinden', zei Truss in Canberra.
Fugro was al actief in de zoektocht naar de vermiste Boeing. Een onderzoeksschip van het Nederlandse bedrijf is namelijk ingezet om de bodem van de zee, die daar ongeveer 6 kilometer diep is, in kaart te brengen. Dat proces is nog niet afgerond.
Radicale koerswijziging
Op 8 maart verdween vlucht MH370 met 239 inzittenden van de radar, toen het toestel op weg was van Kuala Lumpur naar de Chinese hoofdstad Peking.
Het vliegtuig week om onbekende redenen boven de zee tussen Maleisië en Vietnam radicaal van koers en zou uiteindelijk ten westen van Australië in de Indische Oceaan zijn gestort. Het vloog toen volgens de Australische autoriteiten vrijwel zeker op de automatische piloot. In de oceaan ongeveer 1800 kilometer ten westen van de Australische stad Perth wordt nog steeds gezocht.