Ruim 1.000 doden door 'coalitiebommen' in Syrië
In Syrië zijn sinds september ten minste 1.170 mensen omgekomen door bombardementen van buitenlandse troepen die onder leiding staan van de Verenigde Staten. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten. Het baseert zich op cijfers van actvisten en artsen in Syrië.
Sinds het begin van de luchtaanvallen tegen terreurorganisatie Islamitische Staat zijn zeker 1.046 IS-strijders gedood en 72 strijders van al-Nusra, de Syrische tak van al-Qaïda. Ook vielen er zeker 52 burgerdoden, onder wie vijf vrouwen en acht minderjarigen.
De internationale coalitie begon op 23 september met de luchtaanvallen tegen IS. Zij heeft onder meer doelen gebombardeerd in de steden Homs, Hama en Aleppo. IS riep eind juni een kalifaat uit in grote delen van Irak en Syrië.
Ruim drie jaar daarvoor was een burgeroorlog uitgebroken in Syrië, die inmiddels zo'n 200.000 levens heeft geëist.