"Strijders Islamitische Staat trekken weg uit Raqqa"
Amerikaanse gevechtsvliegtuigen hebben in Syrië stellingen van de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) gebombardeerd en daarbij minstens 116 tankwagens van de extremisten vernietigd. De aanvallen werden uitgevoerd in de omgeving van Deir Ezzor in het oosten van Syrië, een regio die door islamisten wordt beheerst. Dat schreef de New York Times vandaag onder aanhaling van Amerikaanse regeringswoordvoerders. De terreurbeweging Islamitische Staat (IS) heeft de afgelopen weken zijn strijders uit de Syrische stad Raqqa teruggetrokken uit vrees voor luchtaanvallen.
IS gebruikte de tankwagens om ruwe olie te smokkelen, klinkt het. De aanval was al langer gepland en heeft geen verband met de aanslagen van vrijdag in Parijs. Met de operatie moest vooral een van de hoofdbronnen van inkomsten van IS vernietigd worden, dat zich met de verkoop van olie financiert.
Ook de belangrijkste centra van IS in de stad zijn verhuisd. Dat meldden waarnemers ter plaatse, volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.
Tal van bewoners zijn opgeroepen naar de rand van de stad te vertrekken en niet in de buurt te komen van panden die IS in gebruik had. Twaalf Franse gevechtsvliegtuigen hebben zondagavond Raqqa zwaar gebombardeerd. Het Franse ministerie van Defensie meldde maandag dat er twintig bommen zijn gegooid op het bolwerk van IS, onder meer op een trainingskamp, een munitiedepot en een commandopost. De hevige aanvallen volgden op bloedige aanslagen vrijdag in Parijs die worden toegeschreven aan IS. IS heeft maandag via radiozender al-Bajan bericht dat de Franse gevechtsvliegtuigen verlaten plekken hebben gebombardeerd en dat er dus geen gewonden zijn gevallen.
De soennitische extremisten van IS veroverden Raqqa begin 2014. De stad is vervolgens uitgeroepen tot hoofdstad van het kalifaat, de islamitische heilstaat die de beweging nastreeft. Christenen en alawieten zijn vrijwel allemaal uit stad verdreven of om het leven gebracht.