Toplui Belfius en FPIM overtuigd dat overheid voldoende is ingelicht
De toplui van Belfius en de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) hebben in het parlement benadrukt dat er hun inziens geen fouten gebeurd zijn bij het informeren van de overheid - en in casu minister van Financiën Steven Vanackere - over de overeenkomst rond de winstbewijzen van het ACW in Belfius. "Het ging om een commerciële deal die de bank zelf moest regelen", klonk het meermaals.
De Kamercommissie Financiën kreeg vandaag Belfius-voorzitter Alfred Bouckaert en diens CEO Jos Clijsters over de vloer, net als ACW-topman Patrick Develtere en Robert Tollet en Koen Van Loo van de FPIM. Zij moesten meer duidelijkheid komen verschaffen over de "geheime deal" tussen Belfius en de christelijke arbeidersbeweging ACW, nadat minister Vanackere daags voorzien benadrukt had zelf niet op de hoogte te zijn geweest.
Rentevoet
Centraal staat de rentevoet die het ACW krijgt op de perpetuele lening bij Belfius, in ruil voor de afkoop van de winstbewijzen uit het verleden. Aanvankelijk was sprake van 6,25 procent plus 1,5 procent variabel, maar na lekken in de pers werd dat teruggebracht tot 6,25 procent. Deze week raakte echter bekend dat het ACW toch op de 1,5 procent kan blijven rekenen, hoewel ook Vanackere in het parlement verklaarde dat het slechts om 6,25 procent ging.
"Die 1,5 procent was een commerciële afspraak van een heel andere soort", onderstreepte Clijsters nu. "We hebben dat dus losgekoppeld, na een terechte interventie van enkele leden van de raad van bestuur die erop wezen dat we opnieuw iets aan het doen waren wat we eigenlijk niet meer wilden: commerciële relaties verbinden met financiële afspraken."
De 1,5 procent - ongeveer 1 miljoen per jaar - heeft volgens Clijsters immers niets te maken met de winstbewijzen. Belfius voldoet nog steeds niet aan de nieuwe kapitaalvereisten voor banken en heeft nog minstens "twee of drie jaar" nodig om weer "verkoopbaar" te worden, waardoor een zekere loyauteit van de klanten absoluut noodzakelijk is. Van dreigementen van het ACW over een bankrun merkte Clijsters ook niets.
Het extraatje kwam er dan ook niet op aandringen van het ACW, maar wel de bank, aldus de Belfius-topman. "Dat was onze bekommernis, omdat we met een belangrijke groep klanten onze binding verloren, moesten we absoluut op zoek naar een nieuwe manier om hen aan ons te binden." Een commerciële operatie dus, los van de eigenlijke lening, die daardoor op 6,25 procent kwam.
Wat vond FPIM?
Maar vond de FPIM dat als aandeelhouder in naam van de Belgische staat dan niet gek? "Ik heb al meer meegemaakt in onderhandelingen, waar nog veel belangrijkere dingen veranderden. Ik vond dat dus helemaal niet abnormaal dat die 1,5 procent nog was weggevallen", verdedigde FPIM'er Van Loo. Bovendien kwam de zaak voor Belfius en dus de overheid met 6,25 procent voordeliger uit, "dus we zagen geen probleem".
Hoe dan ook moest de FPIM zich helemaal niet uitspreken over de lening, onderstreepte Van Loo voorts. "Wij moesten daar niet over stemmen, wij moesten op de algemene vergadering slechts stemmen over de statutenwijziging om de terugkoop van de winstbewijzen mogelijk te maken", klonk het. "De Nationale Bank zou ook niet toelaten dat een aandeelhouder daarin tussenkomt", trad Bouckaert hem bij.
Van Loo gaf wel toe dat hij in de marge van de bewuste algemene vergadering te horen kreeg dat de rentevoet uiteindelijk 6,25 procent was. In een eerste brief had de FPIM Vanackere echter de 7,75 procent gemeld. "Beseffend hoe gevoelig dit dossier was en is, hebben we dan een tweede brief gestuurd, om te vermijden dat de minister foute informatie zou geven."
Het contract zelf kreeg Van Loo nooit te zien. Hij had weliswaar gehoord dat er een commerciële afspraak was toegevoegd, maar wist niet wat die bedroeg. "Ik heb nooit bericht gekregen dat die anderhalf procent op papier getransfereerd zou zijn in een ander contract. We konden de minister daar dus ook niet over inlichten", besloot hij.