Alarmerend rapport: geen wilde vis meer in 2047
Of het nu een bakje kibbeling is, sushi met tonijn of een broodje gerookte makreel: onze honger naar vis en andere zeedieren is groter dan de zee kan voortbrengen. Het leven in de oceanen is de afgelopen veertig jaar gehalveerd, blijkt uit een gisteren verschenen rapport. En als we zo doorgaan, is in 2047 geen vis meer te bekennen in de zee.
In het rapport Living Blue Planet noemen de wetenschappers overbevissing, vervuiling en klimaatverandering als de belangrijkste oorzaken van de enorme achteruitgang van het leven in zee. "Het is schrikbarend te realiseren dat we in één generatie de oceanen wereldwijd ernstig hebben beschadigd", aldus de hoofdauteur van het rapport, Carol Phua van het Wereld Natuur Fonds (WNF) in Zeist. "We vangen vissen sneller dan ze zich voortplanten, vervuilen hun leefgebieden en vernietigen hun kraamkamers."
Het onderzoek is uitgevoerd door het WNF en het Zoölogisch Genootschap in Londen. De onderzoekers namen de bestanden van 1234 soorten onder de loep, vooral zeezoogdieren, vogels, reptielen, vissen. Ze gebruikten data die tussen 1970 en 2010 zijn verzameld en vergeleken die met elkaar. "Niet eerder is zo'n grote steekproef gedaan", zeggen de onderzoekers.
Dramatisch
Soorten die belangrijk zijn voor de commer-ciële visserij, kennen de grootste achteruitgang, aldus Phua. "29 procent van die vissoorten wordt overbevist. Door met steeds grotere schepen steeds dieper te vissen en de kraamkamers te vernietigen. Voor populaire vissoorten als tonijn en makreel is het cijfer ronduit dramatisch: 74 procent is tussen 1970 en 2010 uit de zee verdwenen. Dit rapport kan worden beschouwd als een gigantische alarmbel", zegt Phua.
Door massatoerisme, vervuiling, stijging van de zeewatertemperatuur en visserij met dynamiet is ook al de helft van het koraal verdwenen. "Een kwart van alle dieren in de oceaan is van zijn voedsel van koraalriffen afhankelijk", zeggen de wetenschappers.
'We vangen vissen sneller dan ze zich voortplanten'
Haaiensoorten
Ook mangroven en zeegrasvelden, die fungeren als een kraamkamer, staan onder druk. Verder gaat het beroerd met haaien, zeekomkommers en zeeschildpadden, die essentieel zijn voor gezonde ecosystemen. Haaien zijn belangrijk omdat ze zieke en zwakke vissen op ruimen. Maar inmiddels is een op de vier haaiensoorten bedreigd door overbevissing voor alleen hun vinnen. De massale visserij op zeekomkommers - vooral in China een delicatesse - pakt nog desastreuzer uit. "Rond de Galapagos en in de Egyptische Rode Zee zijn ze al vrijwel weggevist, terwijl ze heel belangrijk zijn om de koraalriffen gezond te houden", zegt Phua.
Overbevissing vormt volgens haar niet het enige probleem voor de achteruitgang. "Tachtig procent van de vervuiling komt van land. Jaarlijks spoelen tonnen plastic de oceaan in. Rioleringen komen er op uit: koraal verbleekt door de slechte waterkwaliteit en herstelt ook niet meer. Mensen denken dat de zee bij het strand begint, maar hij begint al op het land."
Volgens Phua kan met vangstquota, het naleven ervan en goede beheersplannen veel worden bereikt. "Haringbestanden herstellen zich binnen drie tot vijf jaar als de visserij zorgvuldig gebeurt. Maar bij kabeljauwen bijvoorbeeld duurt het langer. Mensen denken nog steeds dat ze kabeljauw eten als ze kibbeling hebben besteld. Maar die vis is al zo schaars geworden dat er alaskakoolvis in wordt gestopt."
Organismen
De vissoorten in de Noordzee en de Waddenzee staan onder druk, erkent Jan Boon van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). "Maar ik heb er moeite mee om te stellen dat zo veel leven in zee wordt bedreigd,'' zegt hij. ,,Het wemelt in zee van kleine organismen; die zijn niet onderzocht. En met de schol en tong voor onze kusten gaat het prima, al is dat vooral doordat de visservloot is ingekrompen en er tegenwoordig wordt gevist zonder de bodem om te woelen. Maar dat het met roofvissen slecht gaat, staat vast, blijkt ook uit ons onderzoek."
Het NIOZ heeft al vijftig jaar een fuik staan bij Texel. "We beschikken dus over een schat aan gegevens", zegt Boon. "De Waddenzee was van oudsher een kinderkamer voor vis en een tankstation voor vogels. De kinderkamer voor vissen is het niet meer. Maar vogels gedijen er nog steeds goed omdat er genoeg voedsel voor ze is. Het laat zien hoe moeilijk het is om harde conclusies te trekken over het leven in zee."
Phua benadrukt dat het leven in zee veerkrachtig is en zich kan herstellen. "Maar dan moet de wereld snel maatregelen nemen om onze oceanen daadwerkelijk te beschermen."
Bankrekening
Zo niet, waarschuwen de wetenschappers, dan wordt de voedselvoorziening bedreigd. Vooral in ontwikkelingslanden. "Mensen hebben geen geld voor hun voedsel uit de zee. De dieren zijn hun bankrekening."
Het rapport verschijnt vlak voordat de Verenigde Naties de nieuwe doelen opstellen om armoede tegen te gaan. "Het is belangrijk dat landen het dan ook hebben over de bescherming van het leven in zee", zegt Phua. "Want als we zo doorgaan, is er in 2047 geen wilde vis meer voor consumptie. Het is een slecht, maar realistisch scenario dat is gebaseerd op cijfers die de VN-voedselorganisatie verzamelt van alle visserijministeries. Uiteindelijk kan de achteruitgang vooral worden gestopt door de zee met rust te laten. Daarna kunnen we gaan praten over herstel."
'80 procent van de vervuiling komt van land'