Groenland verhoogt vangstquota voor walvissen
Groenland wil meer walvissen vangen. De oorspronkelijke bevolking mag voor de eigen behoefte wel op zeezoogdieren jagen, maar volgens dierenbeschermers belandt het walvisvlees steeds vaker op toeristische restauranttafels.
Het semi-autonome Groenland geeft voor het eerst meer walvissen vrij om te vangen dan is bepaald door de Internationale Walvisvangstcommissie (IWC). Het magazine Sermitsiaq uit de Groenlandse hoofdstad Nuuk meldt dat de deelregering het doden van 221 dwergvinvissen toelaat in plaats van 211 zoals vorig jaar. De IWC had tijdens haar jaarvergadering in juli in Panama-Stad alle aanvragen afgewezen die Groenland met steun van Denemarken had ingediend voor hogere vangstquota.
De bevolking op het enorme polaire eiland krijgt voor de eigen behoefte aan walvisvlees een uitzondering op het wereldwijde vangstverbod op zeezoogdieren. De deelregering in Nuuk bepaalde nu voor het eerst eigenhandig de quota: "Als de internationale gemeenschap daar niet in slaagt, moet Groenland het zelf doen".
Kritiek
Secretaris-generaal Gitte Seeberg van de Natuurbehoudorganisatie WWF in Denemarken bekritiseert de beslissing in de krant Politiken: "Zoiets ondermijnt het systeem voor de samenwerking binnen de IWC. En het ondergraaft het internationale verzoek van Groenland".
Sandra Altherr van de biodiversiteitsorganisatie Pro Wildlife verwijst naar de groeiende vermarkting van het vlees. "Het blijkbaar zo dringend noodzakelijke walvisvlees wordt op Groenland steeds vaker in supermarkten of zelfs trendy toeristenrestaurants verkocht: als walvisbarbecue, Groenland-sushi of walviscarpaccio met mozzarella", zei ze onlangs. Ook op het Deense vasteland is walvisvlees verkrijgbaar, wat een schending is van het EU-recht.