ACW en Belfius zetten commerciële deal stop
De christelijke werknemersorganisatie ACW en Belfius Bank zeggen hun veelbesproken commerciële overeenkomst op. Dat melden beide partijen in afzonderlijke persberichten. De eeuwigdurende lening met een rente van 6,25 procent die Belfius en het ACW afsloten, blijft wel bestaan. Het afblazen van de deal houdt in dat de extra vergoeding van 1,5 procent niet wordt toegekend. Dat kost het ACW op jaarbasis 905.520 euro.
Belfius en ACW kwamen overeen dat de bank de ACW-winstbewijzen afkocht voor 110 miljoen euro. Daarvan werd 72 miljoen opnieuw aan Belfius geleend in de vorm van een perpetual, een eeuwigdurende lening. De rente daarop bedraagt 6,25 procent.
De overeenkomst die nu wordt opgezegd, is de commerciële deal die inhoudt dat het ACW - of liever Sociaal Engagement/Mouvement Social - een bijkomende vergoeding van maximum 1,5 procent op die 72 miljoen zou krijgen bij de integrale invulling van een aantal commerciële voorwaarden.
"Courante praktijk"
De beëindiging van de overeenkomst gebeurde in onderling overleg, maar wel op vraag van Sociaal Engagement, verduidelijkt Belfius. Het ACW legt uit dat de verbreking er komt "gelet op bepaalde insinuerende interpellaties in de Kamer, op de ruime aandacht die deze overeenkomsten in de pers kregen en op de schade die deze aan onze instellingen aanbrengen". Niettemin, luidt het nog, "ging het over een correcte en courante praktijk".
"Door er nu afstand van te doen om verdere heisa te vermijden", hoopt het ACW zijn zakelijke relatie met de bank op een rustige manier te kunnen verderzetten. ACW-woordvoerster Kris Houthuys benadrukt dat de verbroken commerciële overeenkomst én het document met de eigenlijke verbreking mee overgemaakt werden aan Kamervoorzitter André Flahaut. Dat werd gedaan "om niet de insinuatie te wekken dat we iets willen verbergen".
Onderzoekscommissie
Verschillende parlementsleden hebben al laten weten dat ze volledige inzage willen in alle documenten. Dat de deal nu wordt geschrapt, mag geen excuus zijn om parlementsleden geen kennis te laten nemen van wat onderhandeld was, zo meldt MR-fractieleider Daniel Bacquelaine. Hij merkt ook op dat Belfius en ACW vorige week zijn komen uitleggen waarom die deal werd gesloten. Het zou goed zijn mochten ze nu duidelijk komen maken waarom ze de deal nu laten vallen.
Zijn liberale collega Luk Van Biesen het een goede zaak dat beide partijen de deal laten vallen, in die zin dat er duidelijkheid komt, maar niettemin moeten de contracten nagekeken worden. Hij verwacht dat ze eerstdaags ter griffie zullen aankomen.
Oppositielid Peter Dedecker (N-VA) vindt het schrappen van de commerciële deal zeer vreemd. Hij herhaalt zijn pleidooi voor een onderzoekscommissie om uit te zoeken wat daar achter zit. Die moet ook duidelijkheid verschaffen over de historische contracten tussen Dexia Bank België en het ACW.
"Frauduleus"
CD&V-fractieleider Raf Terwingen neemt akte van de beslissing en gaat ervan uit dat ACW en Belfius de beslissing allebei hebben genomen om verdere schade aan hun eigen instelling te voorkomen. Het is voor Terwingen zeker in het belang van de bank en de belastingbetaler dat er nu duidelijkheid komt over de contracten. Hij hoopt ook dat de saga daarmee ook eindelijk zal kunnen stoppen.
Jean-Marie Dedecker meent dat zowel het ACW als de zusterorganisatie MOC nu zelf het bewijs leveren dat de commerciële deal op zijn minst onethisch, maar misschien ook frauduleus was. "Door er 'spontaan' afstand van te nemen, verraden de twee steunpilaren van de christelijke zuil dat het contract het daglicht niet kan verdragen", aldus Dedecker, die ook een parlementaire onderzoekscommissie wil.
Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang) wilde tijdens de plenaire vergadering nog weten of de confidentialiteit rond de inzage van de contracten nog overeind blijft. Kamervoorzitter André Flahaut antwoordde dat over de omstandigheden van de inzage van de contracten zal worden beslist wanneer de Kamer er over beschikt.
Vernieuwingsoperatie
Het ACW maakt nu naar eigen zeggen verder werk van zijn "vernieuwingsoperatie in het belang van zijn maatschappelijk project". De zorg van de beweging gaat in de eerste plaats naar "de moeilijke omstandigheden waarin het personeel moet functioneren".