Belgische economie groeit niet meer
De motor van de Belgische economie is stilgevallen. Tussen begin april en eind juni is onze welvaart voor het eerst sinds eind 2020 niet gegroeid.
In het tweede kwartaal van dit jaar bleef de totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in ons land steken op een absolute nulgroei. Vooral de industrie en de bouwsector incasseren klappen, met een krimp van 0,6 en 0,2 procent. De bijdrage van de industrie aan de Belgische economie is nu zelfs al drie kwartalen op rij negatief. Ook de overheid hield de vinger stevig op de knip: de overheidsinvesteringen doken met maar liefst 8 procent naar beneden.
Het was geleden van het laatste kwartaal van 2020, in volle coronapandemie dus, dat er geen kwartaal-op-kwartaaltoename meer was. Toen was de situatie wel ernstiger, met een krimp van de economie met 0,5 procent. Dat we nu van een nulgroei ofwel stagnatie van de economie spreken, is onder meer te danken aan een erg florerende export (+8 procent) en het feit dat de gezinnen 0,4 procent meer consumeerden dan in het voorgaande kwartaal.
De grote boosdoener voor de haperende motor is geen verrassing: de dure energie. Het conflict tussen Iran en de VS stuwt de prijzen omhoog, wat zwaar weegt op de bedrijven én op onze eigen portemonnee.
Toch blijft de schade volgens economen van de Nationale Bank beperkter dan gevreesd. De wereld is minder kwetsbaar voor olieschokken dan vroeger. Bedrijven zijn ook een stuk energiezuiniger en kiezen vaker voor groene stroom.