Bevriezing energieprijzen matigt inflatie
De impact van het bevriezen van de energieprijzen door de regering bedraagt 0,1 procent in het tweede kwartaal. Dat blijkt uit een simulatie van het Prijzenobservatorium. Zonder de maatregel zou de inflatie uitgekomen zijn op 2,6 procent in plaats van 2,5 procent.
De regeringsbeslissing om de opwaartse indexering van de elektriciteits- en gasprijzen in variabele contracten te bevriezen vanaf 1 april, heeft een "licht matigend effect" gehad op het verloop van de consumentenprijzen voor die energiedrager. En dat ondanks de dalende aardolienoteringen, klinkt het.
In het eerste kwart bedroeg de algemene inflatie nog 3,2% tegenover 2,5% nu. "De inflatievertraging ten opzichte van de voorgaande kwartalen heeft zich verder gezet en was dit kwartaal nog iets meer uitgesproken. Ze kan voornamelijk toegeschreven worden aan de lagere inflatie voor energiedragers." Het, nog steeds positieve, inflatieverschil met de buurlanden loopt terug tot 0,3 procentpunt.
Derde kwartaal op rij
De inflatie voor energiedragers viel in ons land voor het derde kwartaal op rij terug. De consument betaalde er in het tweede kwartaal 2012 gemiddeld 5,4 procent meer voor dan in het overeenstemmende kwartaal 2011. In het eerste kwart was dat nog 12,2 procent.
De daling van de internationale aardoliekoers leidde tot een inflatievertraging voor motorbrandstoffen (4,8 procent inflatie) en huisbrandolie (7,3 procent). Ook voor aardgas en elektriciteit zwakte het prijsstijgingstempo af en kwam het uit op respectievelijk 11,6 procent en 1,2 procent in het tweede kwartaal.