"Pensioenstelsels schenden gelijkheidsbeginsel"
De verschillen in pensioenstelsels voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren schenden op een aantal punten het gelijkheidsbeginsel. Dat stelt Valérie Flohimont in het doctoraal proefschrift dat zij vanavond aan de Rechtsfaculteit van de KU Leuven verdedigde. Flohimont pleit voor geleidelijke harmonisatie.
Flohimont weerlegt de stelling van het Grondwettelijk Hof dat de drie pensioenstelsels niet te vergelijken zijn wegens verschillen in doelstelling, financiering en toekenningsvoorwaarden. Volgens de Leuvense juriste zijn de pensioenstelsels wel degelijk vergelijkbaar omdat het doel ervan niet verschillend is en de financiering - waarbij het aandeel van het overheidsgeld en sociale bijdragen naar mekaar aan het toegroeien zijn - dezelfde structuur heeft.
Schendingen
Als voornaamste schendingen van het gelijkheidsbeginsel voor het rustpensioen vermeldt Flohimont de ambtshalve oppensioenstelling van ambtenaren, de begrenzing van de bijdragen in het zelfstandigenstelsel, de verschillende regels inzake vervroegd pensioen en de gezinsmodalisering. Ook wat de andere soorten pensioenen betreft zijn er diverse schendingen, zoals de berekening van het overlevingspensioen, het wezenpensioen in de ambtenarenregeling.
Opnieuw beginnen
Tabula rasa maken en onmiddellijk van start gaan met een nieuw gemeenschappelijk pensioenstelsel voor allen is om juridische, economische en politieke redenen onmogelijk. "Het is wel al mogelijk om een aantal onverantwoorde ongelijkheden weg te werken zodat de pensioenstelsels geleidelijk worden geharmoniseerd en samengebracht", aldus Flohimont.
Ze waarschuwt er voor dat meer gelijkheid geenszins alleen slaat op de prestaties, maar ook op de lastenverdeling van de lasten. Het resultaat van een harmonisatie mag ook geenszins een gelijkstelling naar beneden zijn.