Trump draait de importkraan dicht: wie zal de rekening betalen?
Sinds Donald Trump opnieuw in het Witte Huis zit, is hij bezig met een stevige hertekening van de wereldhandel. Hij gebruikt invoerheffingen, een soort extra belasting op buitenlandse producten, als drukmiddel. Zijn boodschap is duidelijk: bedrijven moeten in Amerika produceren, of extra betalen.
De voorbije week alleen al kondigde Trump hoge nieuwe invoertarieven aan voor producten uit onder meer Europa, Canada, Mexico, Brazilië én nog zo’n 20 andere landen.
Trump’s nieuwe invoerheffingen (die vaak bovenop bestaande komen) gaan vanaf 1 augustus van kracht en zijn stevig:
Meer dan 60 landen zijn al sinds april geviseerd met zogenaamde “reciproke” tarieven: Trump zegt dat de VS enkel hetzelfde doet als wat die landen doen tegen Amerika.
De invoerheffingen die Trump nu oplegt, raken niet alleen overheden of bedrijven in het buitenland, ze hebben gevolgen voor heel wat producten die wereldwijd verhandeld worden. Van auto’s en smartphones tot speelgoed en blikvoer: deze heffingen kunnen internationaal voor prijsstijgingen, vertragingen of handelsconflicten zorgen.
Hieronder een overzicht van producten en sectoren die door de Amerikaanse tarieven worden getroffen, en wat dat betekent voor de wereldhandel, en dus ook mogelijk voor Belgische bedrijven of consumenten.
De VS en China, de twee grootste economische machten ter wereld, boterden dit jaar niet. Beide landen voerden heffingen op elkaars producten in. In juni kwam er een voorzichtige “wapenstilstand”: China zou minder streng zijn met het exporteren van zeldzame aardmetalen (belangrijk voor o.a. windmolens, elektrische auto’s en straaljagers).
De VS liet enkele beperkingen los op onderdelen zoals vliegtuigonderdelen en chemische producten. Toch blijven de spanningen hoog, en werd recent nog 10 procent extra belasting opgelegd op sommige goederen uit China.
Trump vindt dat de VS al jaren “afgezet” wordt door andere landen die meer naar Amerika exporteren dan ze importeren. Hij beschouwt dat als een verlies. Door invoer duurder te maken, wil hij bedrijven forceren om hun productie terug naar de VS te brengen. Dat moet volgens hem meer jobs en hogere lonen opleveren. Hij ziet heffingen ook als een machtsmiddel om betere deals te forceren.
Trump belooft dat invoerheffingen jobs en productie terug naar de VS brengen. Maar volgens veel economen en handelsexperten werkt het in de praktijk vaak anders. Het zijn Amerikaanse bedrijven die de heffingen betalen, en zij rekenen die kosten meestal door aan de consument.
Sectoren zoals de auto-industrie, bouw en landbouw zien hun kosten stijgen, terwijl bedrijven zoals Walmart al waarschuwen voor prijsverhogingen. Sommige bedrijven stellen bestellingen uit, uit onzekerheid over wat er nog komt. Volgens experten zorgt dit beleid vooral voor hoge kosten, chaos in toeleveringsketens en weinig structureel voordeel.
De Amerikaanse invoerheffingen zijn bedoeld om buitenlandse bedrijven onder druk te zetten, maar in eerste instantie betalen Amerikaanse bedrijven zelf de rekening. Die proberen de hogere kosten dan weer door te schuiven, naar hun leveranciers, of uiteindelijk naar de klant.
Voor Belgische consumenten verandert er op korte termijn weinig aan de kassa. Maar indirect voelen we het wel: als de prijzen internationaal stijgen of als Belgische bedrijven minder kunnen uitvoeren naar of via de VS, kan dat ook hier gevolgen hebben, van prijsstijgingen tot minder economische groei.
Landen en economische blokken reageren elk op hun manier op de nieuwe heffingen van Trump: van onderhandelingen en snelle deals tot diplomatieke inspanningen of stilzwijgende afwachting.
De Europese Unie probeert via intens overleg met Washington de aangekondigde tarieven af te wenden, in de hoop een handelsakkoord te sluiten en zware importheffingen op Europese goederen te vermijden.