Vande Lanotte wil dienstencheques voor industriejobs
Vicepremier Johan Vande Lanotte (sp.a) denkt aan dienstencheques als tegemoetkoming om de loonlasten van bedrijven te drukken. "We zijn er met de dienstencheques in geslaagd de problemen bij de schoonmaaksters, in de huiselijke sector zeg maar, aan te pakken. We kunnen een gelijkaardig mechanisme opzetten voor de industriële jobs", klinkt het woensdag in De Tijd.
Vande Lanotte wierp de piste op tijdens een bedrijfsbezoek. Met dienstencheques op maat van de bedrijven wil hij tegemoetkomen aan de hoge loonlasten in ons land.
De vicepremier zei ook dat de overheid bereid is geld uit te geven voor tewerkstelling, al zal het initiatief geen 1,3 miljard euro mogen kosten zoals de dienstencheques. "We kunnen misschien met proefprojecten beginnen, zodat we na een tijdje tot een goed, voorbereid systeem komen."
Ondernemersorganisatie Unizo wil naar de voorstellen van de sp.a'er luisteren, maar pleit voor een structurele lastenverlaging.
"Druppels op hete plaat"
Het gaat volgens Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van Voka, om een schijnoplossing. "Ze zal het probleem van de hoge loonlasten niet oplossen. Het gaat hooguit om enkele druppels op een hete plaat."
"Het is niet met een systeem van dienstencheques dat we de concurrentiekracht van onze ondernemingen zullen verbeteren. Daar zijn structurele maatregelen voor nodig, die ervoor zorgen dat de lasten op arbeid dalen", zegt Libeer.
Schilderwerken
De federatie voor de bouw Bouwunie vindt de invoering van de dienstencheques echter wél interessant voor schilderwerken. "Het gaat om erg arbeidsintensieve werken. Een tegemoetkoming voor schilder- en behangwerken in particuliere woningen zou aanzienlijke terugverdieneffecten genereren. Dit betekent immers een lastenverlaging voor de werkgevers én vormt een ideaal strijdmiddel tegen het zwartwerk waartegen de reguliere schildersbedrijven moeten concurreren", luidt het.
Volgens Bouwunie is het succes ervan bewezen, aangezien een "dergelijk systeem voor de uurlonen van de schilder- en decoratiebedrijven al bestond in 1999". Voorwaarde is wel dat het dienstenchequesysteem zo eenvoudig mogelijk te gebruiken moet zijn voor de klanten en de schildersbedrijven.
"Ondoordacht"
CD&V staat dan weer helemaal niet achter het voorstel van Johan Vande Lanotte (sp.a) "De uitbreiding van het dure systeem voor gesubsidieerde arbeid naar een bedrijfscontext roept veel vragen op en is een ondoordacht idee", zegt CD&V-kamerlid Stefaan Vercamer.
"Loonmatiging is een goed idee, maar moet op een efficiënte wijze georganiseerd worden, bijvoorbeeld via een gerichte lastenverlaging op laaggeschoolden", zegt Vercamer.
"Het feit dat Vande Lanotte pleit voor een loonlastenverlaging kunnen wij enkel toejuichen. Waarom dit zou moeten gebeuren via een uitbreiding van het dienstenchequesysteem is echter volledig onduidelijk. Lastenverlaging voor bedrijven kan op een veel betere manier georganiseerd worden dan via dienstencheques. Dit ballonnetje gaat echt niet op."
Oneerlijke concurrentie
"Ten eerste is het niet zo dat er dienstencheque-werknemers op overschot zijn, die direct inzetbaar zijn in de industrie. Vandaag bestaan er al wachtlijsten van particulieren die graag een poetshulp zouden willen, maar moeten wachten tot er een beschikbaar is", zegt Vercarmer.
"Je kan je ook vragen stellen bij het toepassingsgebied van deze maatregel. Welke bedrijven vallen onder 'industrie'? Zal er geen oneerlijke concurrentie ontstaan wanneer sommige bedrijven wel en anderen niet gebruik kunnen maken van deze gesubsidieerde tewerkstelling?", vraagt de CD&V'er zich af.
Vercamer merkt ook op dat het voorstel niet zou bijdragen aan de administratieve vereenvoudiging.