Votron dient klacht in tegen advocaat Fortis-beleggers
Voormalige Fortis-CEO Jean-Paul Votron hekelt de 'mediacampagne' tegen gewezen topmensen van de bank. Hij kondigt ook aan dat hij een klacht heeft ingediend tegen Laurent Arnauts, de advocaat van 1.200 kleinere aandeelhouders. Die doet de klacht af als intimidatie.
Votron citeert artikels van 27 oktober waarin Arnauts de topmensen van Fortis beschuldigt van bedrog. Hij struikelt ook over een artikel van 10 november in De Tijd waarin de auditeur van beurswaakhond FSMA stelt dat Fortis en zijn gewezen leiding de beleggers in 2008 misleid hebben over de gezondheid van de groep, en daarom een forse sanctie verdienen. De conclusies van de auditeur maken deel uit van het onderzoek en mogen daarom niet gecommuniceerd worden, zegt Votron.
Votron hekelt verder de publicatie de afgelopen dagen van de verhoren door de federale gerechtelijke politie van Maurice Lippens, de ex-voorzitter van Fortis die de schuld voor het Fortis-drama onder meer in de schoenen van Votron schuift. Votron heeft het over het "hoogtepunt van een mediacampagne".
Klacht
De voormalige CEO wil naar eigen zeggen niet reageren omdat hij geen toegang heeft tot de strafdossiers. Hij ontkent wel de beschuldigingen van bedrog en misleiding, en vindt dat de beschuldigingen van Arnauts zijn vermoeden van onschuld en morele integriteit hebben aangetast. Daarom heeft hij naar eigen zeggen een klacht ingediend tegen Arnauts.
De advocaat benadrukt dat hij zich met de nodige voorzichtigheid heeft uitgedrukt in het bewuste interview. Hij heeft naar eigen zeggen niemand bij naam genoemd en geen enkele strafrechtelijke beschuldiging geuit, behalve dan hypothetisch. Hij herinnert er ook aan dat in zijn ogen het onderzoek nog niet is afgelopen.
"Arrogante reactie"
Arnauts blijft erbij dat niet alle verzamelde informatie aan de aandeelhouders en/of de markt is gecommuniceerd. "Deze these is het fundament van de burgerlijke partijstelling", klinkt het. De advocaat betreurt naar eigen zeggen de "arrogante reactie" van Jean-Paul Votron, die hij toeschrijft aan diens pogingen om het inhoudelijk debat te vermijden.