Belastingopbrengst daalt in zwakke eurolanden
De zwakkere eurolanden krijgen steeds minder belasting binnen. Het percentage belastinginkomen ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp) is de laatste jaren immers gedaald. Dat blijkt uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
Het gaat concreet om Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje, ook wel de GIIPS-landen genoemd. Deze landen hebben de afgelopen jaren door een relatief hoge staatsschuld of een groot begrotingstekort het vertrouwen van de financiële markten verspeeld.
Vertrouwen terugwinnen
Om het vertrouwen terug te winnen moeten deze landen hun overheidsfinanciën op orde zien te krijgen. Dat kan onder meer door de belastinginkomsten te verhogen. Dat lijkt de laatste twee jaar heel mondjesmaat te lukken, maar over een tijdspanne van vijf jaar gemeten slagen de landen er niet in.
In die periode namen de belastinginkomsten van de zwakkere eurolanden, afgezet tegen de omvang van hun eigen economie, af.
Noodlijdende landen
Zo zag Spanje het percentage tussen 2007 en 2011 het sterkst dalen met liefst 5,7 procentpunt ten opzichte van het bbp (het totaal van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een jaar), namelijk van 37,3 naar 31,6 procent.
Ook de daling van Ierland, Griekenland en Portugal (respectievelijk 2,7 procentpunt, 1,3 procentpunt en 1,2 procentpunt) is behoorlijk. Italië deed het beter, al daalde ook hier het percentage met 0,3 procentpunt in 5 jaar tijd.