Onderzoek naar babylengte en vroeggeboorte kan kindersterfte doen afnemen
Om kindersterfte in landen met lage en gemiddelde inkomens sneller te doen afnemen, moet naast geboortegewicht ook bijgehouden worden of een baby te klein of te vroeg geboren werd. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek waar het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) en de UGent aan meewerkten.
Met de gegevens van meer dan twee miljoen baby's die sinds de jaren 80 geboren werden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, worden strategieën uitgewerkt om kindersterfte mee te doen afnemen. Eerdere onderzoeken richtten zich op een laag geboortegewicht (minder dan 2,5 kg).
Daardoor werden echter veel kinderen uitgesloten die een hoger geboortegewicht hebben, maar te vroeg werden geboren of te klein voor hun gestatieleeftijd waren. Volgens de onderzoekers levert bijvoorbeeld het opmeten van die leeftijd waardevolle informatie over verwachte problemen, en dus de te geven medische behandeling.
Uit het onderzoek bleek ook dat baby's in landen met lage en gemiddelde inkomens te klein geboren worden. Een kleiner aantal baby's wordt te vroeg geboren. "In Afrika is het risico op overlijden in de eerste levensmaand verdubbeld voor te kleine baby's en verzesvoudigd voor te vroeg geboren baby's. Het risico op overlijden is zelfs nog hoger als het kindje zowel te vroeg als te klein is geboren", stelt Dominique Roberfroid, een ITG-onderzoeker die meewerkte aan de studie.
Te kleine en premature baby's hebben tien keer meer kans op overlijden dan baby's die op tijd en met een gemiddelde grootte werden geboren. Wie zowel te vroeg als te klein ter wereld kwam, loopt zes keer meer risico op overlijden in de eerste levensmaand.