Loopdagboek: "Ik word voorbijgestoken door joggende gepensioneerden"
HLN-redactrice Tine Kintaert (25) traint voor een halve marathon. Elke week lees je hier haar dagboek.
21,1 kilometer, oftewel een halve marathon, dat is de afstand die ik volgend jaar in april al lopend wil afleggen. Een hele uitdaging, aangezien ik na een inspanningstest te horen kreeg dat mijn conditie even ontwikkeld is als het brein van een fruitvlieg. Nauwelijks of niet dus. Maar vooralsnog is er geen sprake van paniek: met dit schema zou ik er zonder problemen - maar met heel wat zweet - moeten geraken. Zeg dat de trainingsspecialist het gezegd heeft.
Dat ik genetisch gezien "een degelijke Audi ben", concludeerde de sportarts vorige week na mijn inspanningstest. Maar dan wel eentje die nog aan het begin van de constructieband staat. "Gelukkig ben je er vroeg bij", klinkt het, want mijn spieren zijn het niet gewend van te rennen, laat staan dat de rest van mijn lichaam kan volgen. Conclusie: let's start at the very beginning.
Uiteindelijk blijkt Evy er met 'Start to Run' nog niet echt zo ver naast te zitten; afwisselend lopen en stappen - met steeds langere loopperiodes -, is dé ideale manier om mijn beenspieren te laten wennen aan het feit dat ze van 'slenteren' naar de versnelling 'joggen' geschakeld worden - en laat me u verzekeren, in het begin waren ze daar allerminst mee akkoord. De sportarts maakt er wel een kleine kanttekening bij: lopen met aanmoedigingen als 'komaan, je kan het best' in je oren is geen probleem, maar enkel als ik er een hartslagmeter bij haal.
Opgelet, we maken het even technisch: je conditie kan je ruwweg in zones verdelen. Helemaal beneden heb je je basisconditie, waarbij je zuurstof omzet in energie (aeroob proces). Vanaf een bepaalde hartslag - verschillend voor iedereen - ga je echter van een aeroob naar een anaeroob proces over: zuurstof is niet meer voldoende om genoeg energie te hebben voor het lopen, en je lichaam gaat suikers omzetten in energie. In deze zone krijg je ook verzuring van de spieren. Dit is de zone waarin de meeste mensen belanden als ze gaan lopen: hoe hoger je hartslag, hoe sneller je suikers slinken en hoe meer je spieren protesteren. "Allemaal goed en wel voor vijf kilometer, maar na maximum anderhalf uur zijn je suiker op en ben je leeggelopen", waarschuwt de sportarts. En laat die halve marathon nu wel niet langer duren dan dat zeker?
Het magische getal 185
Met andere woorden: mijn basisconditie moet dringend opgekrikt worden om een goede fundering te leggen voor mijn loopuitdaging. Hoe langer ik immers op basisconditie kan blijven lopen zonder over te schakelen naar het anaerobe proces, hoe kleiner de kans dat ik tijdens de halve marathon uitgeteld in de berm beland na een kilometer of 15. En dat is meteen mijn opgave voor de eerste 12 weken van mijn training: gaan joggen met een hartslagmeter en mooi onder de bovenste grens van mijn basisconditie blijven, die bepaald werd door de inspanningstest: bij mij ligt de drempel op 163 slagen per minuut. De sportarts corrigeerde die - net zoals bij flitsboetes - meteen naar het magische getal 185, voor de eerste weken dan toch. "Anders ga je helemaal niet aan lopen toekomen." Doekjes omwinden, dat doen ze daar op het UZ Gent duidelijk alleen op andere afdelingen.
En dus ga ik nu al een dikke maand drie à vier keer per week joggen aan de hand van een aangepast Start To Run-programma: geen vaste afgebakende loop- en stapminuten, maar wel een schema waarbij ik iedere sessie een beetje langer loop, en wandel wanneer mijn hart het waagt boven de 185 te kruipen. In de praktijk komt dat neer op onnoemelijk traag lopen - ik schat aan een schamele 7 km/u -, wil ik niet om de vijf seconden gestoord worden door het alarmerende gepiep van mijn loophorloge. Ik word letterlijk voorbijgestoken door gepensioneerde joggers en wandelende schoolkinderen, maar verkies de buitenlucht toch boven het warme interieur van een fitness. En hey, dat schaamrood kan evengoed van inspanning zijn, toch?
Meer vragen of opmerkingen rond mijn loopavontuur? Stuur dan een mailtje naar [email protected] en ik probeer een antwoord te zoeken op je vraag.