Waarom roken hoogopgeleiden niet?
Dat volwassenen met een hoger diploma veel minder vaak roken dan lager opgeleiden, was al geweten. Een verklaring was er tot nu toe niet. Uit onderzoek aan de Amerikaanse universiteit Yale blijkt nu dat bepaalde factoren tijdens de jeugd, die tot het diploma leiden, een grotere invloed hebben dan de opleiding zelf.
Uit de Belgische gezondheidsenquête van 2008 blijkt dat roken ook bij ons vaker voorkomt bij de lagere opleidingsniveaus. Zowel het percentage rokers, het percentage dagelijkse rokers als het percentage zware rokers is hoger in de laagste opleidingsniveaus dan bij personen met een hogere opleiding. Laaggeschoolden beginnen bovendien op jongere leeftijd te roken (gemiddeld 10 maanden vroeger), roken gemiddeld twee tot drie sigaretten per dag meer en zijn vaker afhankelijk van tabak dan hooggeschoolden.
Assistent-professor Sociologie Vida Maralani en zijn team verzamelden gedurende veertien jaar allerhande gegevens over rookgedrag, opleiding en ervaringen tijdens de jeugd. Daaruit blijkt dat de eerste factoren die leiden naar het onderscheid al opduiken vanaf de leeftijd van twaalf jaar, lang voor een eventuele hogere opleiding wordt aangevat.
Invloed van familie
De studie toont dus aan dat het rookgedrag bij volwassenen van 26 tot 29 jaar beïnvloed wordt door ervaringen vroeger in het leven. Belangrijke factoren zijn het schoolbeleid, de invloed van familie en vrienden en verwachtingen voor de toekomst. Die werden gemeten op een leeftijd van 13 tot 15 jaar.
Eerder werd algemeen aangenomen dat analytische vaardigheden, die ontwikkeld worden tijdens de hogere opleiding, het verschil konden verklaren. Volgens Maralani is dat niet het geval en spelen non-cognitieve vaardigheden en de familie waarin een kind opgroeit een veel grotere rol. Het verschil in rookgedrag tussen hoger- en lageropgeleiden ontstaat volgens de studie door een bundeling van voordelen die verbonden zijn aan een hogere status.