Zoveel calorieën verbranden de atleten op de Winterspelen
Of ze nu een medaille winnen of niet, de atleten op de Olympische Winterspelen zullen een hele hoop calorieën verbranden tijdens het skiën, springen of schaatsen. Maar welke sport is nu het efficiëntst om veel energie te verbruiken?
Volgens het Amerikaanse handboek van lichamelijke activiteiten is de beste sport op de Winterspelen het langlaufen. Een snelle atleet die 100 kilogram weegt, verbrandt ongeveer 260 calorieën gedurende 10 minuten langlaufen aan een snelheid van 13 kilometer per uur. Andere intensieve wintersporten zijn kunstschaatsen, goed voor 245 calorieën in 10 minuten. Snelschaatsen zorgt voor een verbruik van 230 calorieën in 10 minuten. Een skiafdaling is iets minder goed met 140 calorieën per 10 minuten, bobsleeën telt voor 122 calorieën en curling voor 70 calorieën per 10 minuten. Ter vergelijking: toeschouwers verbranden 60 calorieën in 10 minuten door enkel te kijken.
Bewegingsfysioloog Richard Cotton zegt dat langlaufen, kunstschaatsen en snelschaatsen maken dat je lichaam veel zuurstof verbruikt. Hierdoor ga je meer calorieën verbranden. Andere sporten als bobsleeën en curling vragen een lager verbruik van zuurstof. Tijdens de periode van de competitie verbranden de atleten waarschijnlijk meer calorieën dan de gemiddelde persoon omdat ze fitter zijn. Dit maakt dat ze zelfs in rust meer zuurstof verbruiken. Maar tijdens de activiteit zelf zullen ze wellicht minder verbranden omdat ze over efficiëntere technieken beschikken. De Olympische deelnemers kunnen hierdoor dezelfde activiteit met minder moeite uitvoeren.