'Call of Duty: WWII' bekogelt u met clichés
De nieuwe Call of Duty-shooter keert na bijna tien jaar terug naar de Wereldoorlog II-setting waarmee de serie begon. Maar een herbronning is het hoegenaamd niet.
Call of Duty: WWII spelen is niet altijd een lolletje. Dat is bedoeld als een compliment. Met deze nieuwe aflevering wil de blockbusterserie teruggaan naar de Wereldoorlog II-setting van eerdere games, maar dan met de nodige égards voor de échte helden uit de Greatest Generation die op het slagveld zijn gevallen voor onze vrijheid. Precies daarom kruip je als speler dit keer niet in de huid van een special forces-held. Wel word je in iconische slagvelden uit de Europese campagne van de oorlog gedropt als een twintigjarig boertje uit het Texaanse platteland, die net als alle andere drommels die hem omringen liever elders was geweest. En om dat te onderstrepen haalden de makers een belangrijk basisbestanddeel uit de schietspellenreeks weg: eventjes dekking zoeken tijdens een kogelregen volstaat niet meer om niet te overlijden. U krikt uw gezondheidsbalk alleen weer op door op zoek gaan naar ehbo-kits.
Een beetje sterven
In voorgaande Call of Duty's zorgde dat automatische herstel ervoor dat het entertainmentgehalte van de games niet werd doorprikt. Maar WWII straalt een heel andere vibe uit. De speler moet constant het gevoel krijgen dat iedere misstap op het slagveld, iedere foute tactische beslissing, de laatste kan zijn. Een gevoel dat misschien wel in de buurt komt van de stress die een echte soldaat ervaart op het slagveld. Het is een lovenswaardige benadering, maar het probleem is dat de makers ervan uitgaan dat het zo wel moet volstaan om van hun game een waardig oorlogsepos te maken.
De overkill aan explosies doet alle oprechtheid van de game teniet
En dat doet het niet. De talloze Michael Bay-achtige sequenties, die er toch maar weer in moesten, staan daar ten eerste voor in de weg. Die overkill aan explosies is natuurlijk een van de bouwstenen van een Call of Duty, maar in deze game - en het verder solide oorlogs- en spionageverhaal - doet het alle oprechtheid van de creatie teniet.
Déjà vu
Het verhaal bulkt van de belegen oorlogscamaraderie, en tijdens bepaalde sequenties kregen we een snerpend déjà vu-gevoel, dat ons terugbracht naar de drie eerste games waarin we naar eigen aanvoelen al eens door dezelfde bossen en stukgeschoten dorpen hadden gerend.
Laat dat natuurlijk niet tegenhouden om Call of Duty: WWII in de winkelkar te gooien voor een familielid dat tuk is op dit soort games. Het videospel beantwoordt nog steeds aan de hoge kwaliteitsstandaarden van de serie, de multiplayer zit weer vaardig ineen, en de Zombies-component is deze keer zelfs behoorlijk scary. Maar het videogame-equivalent van films als The Big Red One of tv-series à la Band of Brothers is deze bravouretitel hoegenaamd niet.
Call of Duty: WWII is uit voor PlayStation 4, Xbox One en Windows.