Kiezen is verliezen in bloedeloze ‘The Blood of Dawnwalker’
Om maar meteen de grootste olifant in de kamer te benoemen: ja, de nieuwe actie-RPG ‘The Blood of Dawnwalker’ lijkt nogal op ‘The Witcher 3’. Nogal veel. Zowel de manier van spelen als de vormgeving van de wereld zou je, op het donkere haar van hoofdpersonage Coen na, in een oogopslag kunnen verwarren met de avonturen van Geralt. Of het ook kwalitatief vergelijkbaar is, is nog een andere vraag.
KIJK. De trailer onthult het verhaal en de personages
Zeg niet ‘vampier’, zeg ‘vrakhir’
‘Dawnwalker’, zoals we het spel vanaf nu zullen noemen voor het gemak, speelt zich af in de Karpaten ergens in de 14 de eeuw, waar het koninkrijk Vale Sangora met harde hand en tand geregeerd wordt door de genaamde Brencis en zij mede-vampieren. Of beter: vrakhiri, zoals de bloedzuigers in deze mythologie genoemd worden. De dawnwalker uit de titel slaat echter op een speciaal soort vrakhir, die als bij wonder overdag ook gewoon als mens in de zon kan rondlopen. En dat is nu toevallig toch wel niet onze held Coen, zeker, die na een aanvaring met Brencis gebeten wordt en nu als half-vampier door het leven gaat. Het spel neemt uitgebreid de tijd om eindelijk op gang te komen, maar na een lange introductie wordt het doel duidelijk: je hebt 30 dagen de tijd om je familie te redden uit de klauwen van de vrakhiri.
Kiezen is verliezen
Die tijdspanne speelt een niet onbelangrijke rol in het spel, want elke (zij-)missie die je voltooit, doet de tijd ook vooruitgaan. Op het scherm kan je te allen tijde zien hoeveel dagen er nog resteren en hoever de huidige dag al gevorderd is. Elke dag is namelijk opgedeeld in acht blokken en bij de start van elke nieuwe missie die je kan aangaan, krijg je te zien hoeveel van die blokken er verstreken zullen zijn na afloop. Alles wat je doet staat dus onder tijdsdruk, waardoor je keuzes zal moeten maken over wat je wel wil doen en wat je misschien beter aan je laat voorbijgaan. Er zijn zoals het genre betaamt van bij het begin een hele hoop icoontjes op de kaart die om aandacht smeken, maar al snel leert het spel je dat kiezen echt verliezen is.
Keuzes staan ook centraal in de ontwikkeling van Coen als personage. Op je avonturen kom je een waaier aan kleurrijke figuren tegen en hoe die ontmoetingen verlopen is uiteraard volledig afhankelijk van de antwoorden die je kiest. Niet veel nieuws onder de zin dus, maar interessanter wordt het wanneer die is ondergegaan. ’s Nachts neemt de vrakhir-kant van Coen het over, en plots krijg je dan naast dialoogopties ook de optie om toe te geven aan je bloedlust.
Mens vs. vampier
Je kan dus perfect iedereen die je tegenkomt trakteren op een verrassingstransfusie in plaats van te helpen waardoor je weliswaar betere vampierkrachten kan vrijspelen, maar dat houdt natuurlijk ook wel in dat mensen niet meer geneigd gaan zijn om je zelf ook nog bij te staan. Het is in essentie een moraliteitsysteem dat tot de standaard is gaan behoren in actie-rollenspellen, maar de dualiteit tussen de menselijke en bovennatuurlijk kant van Coen geeft je een zichtbare reden om al dan niet toe te geven aan je meer donkere verlangens.
Dat verschil tussen menselijke dagen en nachten als vampier, zet zich ook door in de rest van de gameplay. Zo ben je als mens vrij beperkt in je capaciteiten om de spelwereld te verkennen. Coen kan wel een beetje springen en over lage muurtjes klauteren, maar is allerminst een Tia Hellebaut. Eens de nacht is gevallen, krijg je echter veel meer bewegingsvrijheid en kan je plots teleporteren en zelfs tegen (bepaalde) muren en plafonds oplopen. Die toren die je overdag niet kon beklimmen? Daar vlieg je ’s nachts probleemloos tegenop. Een gebied dat iets te streng bewaakt wordt door vijandige soldaten? Waarom er ’s nachts niet voorbij glippen via de daken? Het geeft je een heel andere manier van spelen en nadenken over hoe je iets wil aanpakken.
Strategie redt levens
Naast de wereld verkennen en snuiters van het al dan niet rare type ontmoeten, zijn gevechten natuurlijk onvermijdelijk in een actie-RPG en dat is in ‘Dawnwalker’ niet anders. Het is hier dat het spel nog het meest aan ‘The Witcher’ doet denken, met een heel vergelijkbaar systeem van enerzijds fysieke aanvallen en anderzijds magie en items die je eerst moet maken met ingrediënten die je her en der vindt.
De gevechten op zich zijn, zeker in de hogere moeilijkheidsgraden, behoorlijk pittig. Wanneer je een queeste selecteert, krijg je naast de tijd die je eraan zal moeten opofferen ook steeds te zien of die op het niveau is van je personage, ofwel eigenlijk nog te moeilijk. Dat helpt, maar zelfs een monster dat zogezegd een normale uitdaging zou moeten vormen, kan verwoestend uithalen als je de basis van het vechtsysteem nog niet helemaal onder de knie hebt.
En ja, ook in dit aspect van het spel is er een duidelijk verschil tussen dag en nacht. Overdag gaat Coen gewapend met een zwaard de strijd aan en hoewel je dat ’s nachts ook kan gebruiken, zijn de klauwen waarover je als vrakhir beschikt een veel beter (lees: sneller en krachtiger) alternatief. De manier van vechten is echter hetzelfde: hersenloos aanvallen en hopen op het beste, zal je al snel zuur opbreken.
Het is daarentegen kwestie van strategisch vijandige aanvallen te anticiperen, in de juiste richting te blokkeren en vervolgens zelf toe te slaan. Op de lagere moeilijkheidsgraad verschijnt er een icoontje boven de vijanden dat aangeeft vanuit welke richting hun aanval zal komen, maar als je op hogere moeilijkheid speekt dan zal je dat moeten afleiden uit hun beweging. Dat is nog enigszins doenbaar wanneer je het maar tegen één monster opneemt, maar aangezien het spel graag groepjes vijandige soldaten op je afstuurt, is het vaak te onoverzichtelijk om tijdig in te schatten wie er nu eigenlijk aanvalt. Zeker wanneer die aanval van buiten het scherm komt.
Naast een zwaard en/of klauwen, beschikt Coen overdag ook over spreuken om vijanden tijdelijk te verwarren of sterkere aanvallen te kunnen uitvoeren, maar ook hier wordt ’s nachts interessanter. Dan kan je namelijk gebruik maken van Coens vampierkrachten, die een pak nuttiger en efficiënter zijn. Wat bloed aftappen uit een vijandelijke nek als je gezondheidsmeter wat laag staat, een zwerm vleermuizen inzetten of bliksemsnel over het slagveld schieten, het is duidelijk dat in nachtelijke gevechten het meeste spelplezier te rapen valt.
Technische bloedarmoede
Waar de vergelijking met ‘The Witcher 3’ tot nu toe behoorlijk opging, is het aan de technische kant van ‘Dawnwalker’ helaas een heel ander verhaal. Zo voelt de wereld van Vale Sangora erg leeg aan. De belangrijkste punten op de kaart zijn de vele kapelletjes die je nodig hebt om je vergaarde ervaringspunten om te zetten in verbeteringen voor Coen. Daarnaast kan je ook gebruiken om instant van het ene naar het andere te reizen, wat erg handig is maar wel enkel kan tussen kapellen die je al ontdekt hebt. Aanvankelijk zal je dus vele kilometers te voet moeten afleggen, zonder onderweg veel noemenswaardigs tegen te komen. Er vallen overal wel wat kruiden te plukken of andere materialen te verzamelen, maar buiten de duidelijk op de kaart aangegeven nieuwe missies, is er weinig sprake van organische verhaaltjes.
Grafisch zijn er ook zeker sterkere games op de markt in het genre, maar de sfeer zit wel juist. Alles baadt in gotische dramatiek, met schaars verlichte schamele dorpen en kil aanvoelende kastelen en kerkers. Ook de soundtrack benadrukt perfect het gevoel dat de makers willen opwekken. De besturing laat echter wel regelmatig te wensen over, met een camera die tijdens gevechten niet altijd de actie kan bijbenen en Coen zelf die af en toe spontaan beslist om ergens anders naartoe te wandelen dan je wou.
CONCLUSIE: 7,5/10
Als een ontwikkelaar niet onder stoelen of banken steekt dat ‘The Witcher 3’ de grote inspiratiebron was, dan mogen we wel zeggen dat we met een ambitieus spel te maken hebben. ‘The Blood of Dawnwalker’ bulkt van de goede bedoelingen en ambitie, maar loopt zich daar ook wat in vast. Het trage tempo in het begin, de grote maar quasi levensloze spelwereld en technische strubbelingen zorgen ervoor dat het eindresultaat een beetje een bloedeloze bedoening is geworden.
Deze recensie was gebaseerd op de testversie van ‘The Blood of Dawnwalker’, die op technisch gebied nog behoorlijk wat te wensen overliet. Ondertussen heeft het spel echter een update gekregen die een aanzienlijk deel van deze manco’s verholpen heeft. Zo werken de controls en camera al heel wat beter mee en loopt alles een pak vlotter dan voorheen. Het is dan ook maar correct om deze verbeteringen mee op te nemen in een aangepaste score en ‘The Blood of Dawnwalker’ met een 7,5 op tien te belonen.
‘The Blood of Dawnwalker’ verschijnt op 3 september voor pc, PlayStation 5 en Xbox Series X|S.