Nieuwe gameconsoles worden niet meer met verlies verkocht
Zowel de PlayStation 3 als de Xbox 360 werden tijdens hun eerste jaren duurder gefabriceerd dan hun winkelprijs. Maar dat konden de consolefabrikanten in deze crisistijd duidelijk niet meer maken: een Amerikaans studiebureau vees de twee consoles uit elkaar, telde de prijs van de afzonderlijke componenten op, en kwam tot de vaststelling dat zowel Sony als Microsoft deze keer winst maken op iedere geproduceerde console.
Het is een bekend verhaal: Sony moest in 2006 liefst 840 dollar betalen (aan de huidige dollarkoers zo'n 618 euro) per PlayStation 3 die het liet fabriceren, en concurrent Microsoft telde 525 dollar (vandaag zo'n 386 euro) neer per geproduceerde Xbox 360. Veel meer dan wat ze voor de consoles vroegen in het winkelrek: de PlayStation 3 werd voor 599 dollar verkocht, de Xbox 360 aan 399 dollar (met dezelfde prijspunten in euro). Beide bedrijven scheurden dus hun broek aan iedere verkochte console.
Klinkt op zich niet verstandig, maar het was natuurlijk een model waarvoor ze bewust hadden gekozen: het verlies dat ze draaiden met hun consoles maakten ze goed met de verkoop van eigen games en het vragen van licenties aan andere gamemakers. Per verkochte game moeten die namelijk ongeveer tien procent van de verkoop afdragen aan Sony en Microsoft. Het was een typisch voorbeeld van wat economen het 'loss leader'-principe noemen, en dat bijvoorbeeld ook wordt gehanteerd bij scheermesjes en printers: het basisproduct (console/scheerapparaatje/printer) wordt met verlies verkocht, het product dat men er effectief mee gebruikt (game/scheermesje/inktpatroon) met een forse winst.
Maar het Amerikaanse studiebureau IHS ontdekte dat de twee fabrikanten voor hun nieuwe consoles ondertussen zijn teruggekomen op dat model. Het bedrijf haalde een PlayStation 4 en een Xbox One uit elkaar, telde de prijs van alle afzonderlijke componenten bij elkaar, en eindigde op een totaal dat bij beide bedrijven lager lag dan de aanbevolen winkelprijs van de twee consoles. De PlayStation 4 wordt aan 381 dollar (280 euro) gemaakt, terwijl hij in de winkel 399 dollar of euro kost. Microsofts Xbox One heeft een fabricageprijs van 471 dollar (347 euro), voor een toestel dat 499 dollar/euro in de winkel kost. Voor beide dus een kleine winstmarge.
De twee fabrikanten maken nog altijd een klein verliesje per console, omdat ook het winkelkanaal natuurlijk een marge neemt. Maar het verschil is niet meer zo uitgesproken als zeven jaar geleden. Bij Microsoft duurde het na de lancering van de Xbox 360 dan ook liefst drie jaar voordat de gamedivisie van het bedrijf winst maakte. En bij Sony, dat het op dit moment financieel moeilijk heeft, werd er volgens Europees PlayStation-directeur Jim Ryan heel nauwlettend op toegezien dat de nieuwe consolelancering meteen winst zou opbrengen.