PlayStation gaat de 'cloud' in met PlayStation TV
Sony lanceert vandaag zijn PlayStation TV-microconsole. Wat je er momenteel mee kunt uitvreten? Eigenlijk niet zo veel: PS4-games streamen naar een tweede tv in huis, en gedownloade games voor Sony's 'kleine' en oude consoles spelen. Maar de 100 euro kostende microconsole is een eerste stap in een veel ambitieuzer plan dat Sony in gang heeft gezet voor zijn PlayStation-afdeling: er een gamemerk van maken dat volledig in de 'cloud' draait.
Als losstaand product levert de PlayStation TV maar nèt genoeg waarde voor zijn 100 euro: je kunt hem gebruiken om de game die je aan het spelen was op je PlayStation 4 verder te zetten op een ander televisietoestel in huis wanneer je vriendin of echtgenote naar 'CSI' wil kijken, en je kunt er op diezelfde tweede tv games voor Sony's PS Vita, de oude PSP-zakconsole, en de zéér oude PS One-machine (jazeker: de allereerste PlayStation, waarop we tussen 1995 en 2000 zaten te gamen) afspelen. PlayStation 2-games vallen om een onduidelijke reden (Sony's antwoord: "De oudere generatie PlayStation 4-spelers, die de console nu koopt voor zijn kinderen, speelde in zijn jeugd vooral PS One-games") uit de boot. De PlayStation 4 en de PlayStation TV moeten op hetzelfde netwerk zitten, dus verder spelen in andermans huis is er (voorlopig, maar daar hebben we het zo dadelijk nog over) niet bij.
Maar voor Sony is de lancering van het product op dit moment een investering in de toekomst. Op middellange termijn moet de PlayStation TV ook dienen om tv-series en films af te spelen (een Netflix-app is er nog niet, en Sony is ook bezig aan zijn eigen streamingdienst), en nog iets verder in de toekomst is er PlayStation Now, Sony's streamingdienst voor videogames, die het PlayStationmerk los van een fysieke console moet brengen.
Niet langer videogames en andere content aanbieden via toestellen, maar via een netwerk: het is een droom die Sony inmiddels al langer dan een decennium koestert. Het begon met een strategie die in 2002 werd uitgezet door toenmalige Sonybaas Kunitake Ando, en binnen de PlayStation-afdeling, die toen al de dragende activiteit van het hele concern was, gonsde in 2004 al het idee rond om de op handen zijnde PlayStation 3 het middelpunt te maken van een netwerk. Dat plan kreeg echter pas vorm bij de volgende console, de PlayStation 4, die in 2012 werd voorgesteld. Een jaar eerder had Sony Gaikai overgenomen, een Amerikaans bedrijf dat aanvankelijk Sony en de andere consolefabrikanten wilde beconcurreren door het 'streamen' van videogames in plaats van ze te leveren op een fysieke drager of via download, en van games een 'on demand'-dienst te maken.
De technologie van Gaikai werd uiteindelijk gebruikt voor de ondersteunende diensten van het PlayStation-merk: een eerste component waarin ze terechtkwam was in het achterliggende netwerk van de PlayStation 4, dat via het 'streaming'-vernuft van Gaikai onder meer voor automatische updates zorgde terwijl men aan het spelen was. Maar de technologie maakte ook van 'Remote Play' een optie, de mogelijkheid om de games die men op de PS4 aan het spelen was verder te zetten op de PS Vita-zakconsole. Die mogelijkheid werd onlangs uitgebreid met Sony's Xperia-tablets en -smartphones, en nu komt er dus ook de PlayStation TV bij.
Een belangrijk probleem voor de toekomst, zeker wanneer Sony zijn streamingdienst wil promoveren van een extra service naar een volwaardig videogamekanaal, is de beeldkwaliteit van de streams. Geen enkele gamestreamingdienst, ook Sony's onafhankelijke concurrent OnLive niet, slaagde er tot nu toe in om beelden af te leveren die een hogere resolutie hebben dan 720p. Voor een PlayStation TV-speler die zijn game wil verderzetten op een tweede tv, betekent dat een fameus verlies aan kwaliteit ten opzichte van de maximale 1080p-resolutie die de PlayStation 4 levert, en zowat alle televisietoestellen die de afgelopen zeven jaar werden verkocht.