Europa strenger voor olie- en gasboringen op zee
Drie jaar na het milieudrama met Deepwater Horizon in de Golf van Mexico heeft Europa strengere regels voor boorplatforms klaar. Het Europees Parlement schaarde zich vandaag achter wetgeving die olie- en gasmaatschappijen verplicht om aan te tonen dat ze financieel voldoende sterk zijn om eventuele schade van offshore boringen te betalen.
Meteen na de ramp in de Golf van Mexico weerklonk in Europa de roep op een moratorium op nieuwe boringen op zee. Zo ver is het niet gekomen, maar het Europees Parlement en de lidstaten kwamen wel tot afspraken die het veiligheidsrisico minimaal moeten houden en de aanpak van rampen zo efficiënt mogelijk moeten maken.
Strenger met vergunningen
Zo wordt de uitgifte van boorvergunningen gekoppeld aan strengere voorwaarden. Bedrijven moeten een risicoanalyse en een rampenplan opstellen en aantonen dat ze voldoende geld en technische knowhow hebben om de veiligheid te verzekeren en de gevolgen van incidenten te dekken. Ze worden immers volledig aansprakelijk voor milieuschade.
Rampenplan
Volgens Ivo Belet, die het dossier doorheen het Europees Parlement loodste, heeft de wetgeving ook impact op de internationale jacht naar olie en gas in het Noordpoolgebied. Bedrijven die actief zijn in Europese wateren moeten immers aantonen dat ze ook buiten Europa hun preventiebeleid toepassen. "Olie- en gasbedrijven zullen vooraf moeten nagaan of hun rampenplan in alle weersomstandigheden snel en efficiënt kan worden uitgerold. Dit impliceert in de praktijk dat ze niet naar olie en gas mogen boren als het barre weer dat niet toelaat."
De lidstaten moeten het compromis nog bekrachtigen. Nadien krijgen ze twee jaar tijd om de Europese richtlijn over te nemen in nationale wetgeving. Voor de bestaande installaties bedraagt de deadline voor de omzetting vijf jaar.