Medewerkers BP pleiten voor rechtbank onschuldig in Deepwater Horizon-zaak
Drie medewerkers van de Britse oliemaatschappij BP zijn voor het gerecht moeten verschijnen voor hun aandeel bij de dodelijk explosie op het boorplatform Deepwater Horizon in april 2010. Die ontploffing leidde toen tot een grote olieramp in de Golf van Mexico. De drie verdachten hebben onschuldig gepleit.
De 62-jarige Robert Kaluza en 65-jarige Donald Vidrine staan voor de rechtbank in New Orleans (Louisiana) terecht voor doodslag. Er wordt hen verweten dat ze niet de nodige inspanningen hebben geleverd om de ontploffing te voorkomen. Bij die explosie kwamen elf mensen om het leven.
De advocaten van Kaluza en Vidrine stellen dat hun cliënten in deze zaak enkel als "zondebok" dienen. De derde verdachte, David Rainey, moet zich verantwoorden voor obstructie van het gerecht. Hij zou hebben gelogen over de hoeveelheid gelekte olie.
Door explosie op het boorplatform Deepwater Horizon, op 80 kilometer van de kust met New-Orleans, raakten de pijpleidingen naar het onderliggende veld zo beschadigd dat er miljoenen liters ruwe olie in zee stroomden. Dat leidde tot de grootste natuurramp in de geschiedenis van de VS.
Eerder op dag had de Amerikaanse milieutoezichthouder EPA al bekendgemaakt dat het Britse olieconcern tijdelijk niet mag meedingen naar overheidscontracten in de Verenigde Staten "vanwege BP's gebrek aan bedrijfsintegriteit" bij die ramp.