Mogelijk tot tien ton dode vis door vervuiling Schelde
De vervuiling in de Schelde kan op termijn leiden tot 7 à 10 ton dode vis. Dat is vandaag te horen bij de Vlaamse Milieumaatschappij. Volgens Waals minister van Milieu Philippe Henry is er niets dat erop wijst dat het vervuilde water in de Schelde afkomstig is uit Wallonië. Het herstel van het visbestand zal jaren duren en is afhankelijk van de mate waarin de bodemfauna is aangetast.
In Wallonië werd voorlopig nog geen bron van vervuiling gevonden, maar volgens de Milieumaatschappij staat het vast dat de pollutie stroomopwaarts moet worden gezocht. "Dat betekent ofwel Wallonië, ofwel Frankrijk", zegt woordvoerder Bart Van Besien. De Milieumaatschappij wijst geen Waals bedrijf met de vinger, zoals eerder bericht.
Volgens Van Besien ontkent de Waalse overheid niet dat de vervuiling mogelijk op hun grondgebied heeft plaatsgevonden. "Alleen werd momenteel nog geen bron gevonden".
Uit onderzoek blijkt dat de vervuiling bestaat uit rottend materiaal en niet uit een chemische pollutie. "Het is onbekend waar het materiaal vandaan komt. Mogelijk gaat het om een bedrijf of een falende waterzuiveringsinstallatie", zegt Van Besien.
Keersluizen
De wolk van tien tot vijftien kilometer afvalwater werd maandag opgemerkt in het West-Vlaamse Kerkhove (Avelgem) en verplaatste zich richting Gavere en Gent. Om de Oost-Vlaamse provinciehoofdstad te sparen werden de keersluizen gesloten.
Sinds de vervuiling werd geconstateerd is al twee à drie ton dode vis uit het water gehaald. Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos loopt dat mogelijk op tot zeven à tien ton. "Een dergelijke grote en diverse vispopulatie opnieuw opbouwen kan jaren duren", besluit de woordvoerder.
Ernstig incident
"Het zal jaren duren alvorens het visbestand terug op het peil zit zoals het voor de vervuiling was", zegt visserijbioloog Alain Dillen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). "Een geschat verlies van 7 tot 10 ton is niet min." Het ANB spreekt van een ernstig incident.
In de gestikte vissen zitten algemene soorten zoals blankvoorn, brasem of snoekbaars, maar ook de enige Vlaamse populatie van de rivierprik. Het ANB hoopt dat de larven van die soort in de modder overleefden.
Bodemleven
"De algemene soorten herstellen vrij snel eens het water terug een voldoende kwaliteit heeft", aldus Dillen. "Het herstel hangt echter af van de mate waarin het bodemleven en de kleine ongewervelden aangetast zijn, want die dienen als voedsel voor de vissen. Het herstel vertraagt als er te weinig bodemfauna is."
Gavere-Eke
Bij de Vlaamse Milieumaatschappij is te horen dat het zwaartepunt van de vervuiling zich donderdag ter hoogte van Gavere-Eke situeert, waar de waterkwaliteit momenteel "zeer slecht" is. De eerste sporen van vervuiling zijn ook al in Zwijnaarde vastgesteld. De concentraties zijn wel aan het verdunnen, in combinatie met een afbraakproces dat aan de gang is.