Scandinavische bomen overleefden jongste ijstijd
Sommige Scandinavische boomsoorten hebben de jongste ijstijd overleefd, blijkt uit onderzoek van het Centrum voor GeoGenetica van de Universiteit van Kopenhagen. Tot nu toe werd aangenomen dat de huidige bossen afstammen van bomen die na de ijstijd 9.000 jaar geleden noordelijker 'migreerden'.
Onderzoek toont nu aan dat sommige coniferen overleefden op bergpieken die boven de enorme ijslaag uitstaken, op eilanden en in kustgebieden. "Niet alle Scandinavische coniferen hebben dezelfde recente voorouders, zoals we eerst geloofden," zegt professor Eske Willerslev. "Er waren groepen sparren en dennen die tienduizenden jaren lang het ruwe klimaat overleefden in kleine ijsvrije gebieden (...), en zich daarna konden verspreiden eens het ijs was gesmolten."
DNA
"Andere sparren en dennenbomen hebben hun wortels in de zuidelijke en oostelijke ijsvrije gebieden van Europa. We kunnen nu dus spreken van 'oorspronkelijke' en 'geïntroduceerde' Scandinavische coniferensoorten," stelt Willerslev. De wetenschappers bekeken zowel het DNA van de moderne bomen, waar de twee verschillende voorouders duidelijk te zien zijn, als overblijfselen van de oude voorouders in sediment uit meren.
Kust
"Een hypothese is dat de bomen konden overleven op de top van nunataks, een bergtop of richel die niet met ijs is bedekt, in een of meer afgeschermde gebieden dichtbij de kust waar ze zich konden redden dankzij gunstige temperaturen die de Atlantische Oceaan aanvoerde," zegt Laura Parducci van Universiteit van Uppsala. "Die gebieden moeten wortels gelegenheid hebben geboden zich te verankeren in de grond, om zo te groeien in het harde klimaat." Vandaag vind je in het Groenlandse ijstapijt nog altijd nunataks, weliswaar zonder bomen.