Ontwikkelingslanden blijven voortouw trekken in mobiel betalen
Apple, Samsung, Google en PayPal dromen er misschien van om mobiel betalen gemeengoed te maken in westerse markten, maar er zijn plaatsen op de wereld waar die revolutie inmiddels al bijna een decennium achter de rug ligt. In ontwikkelingslanden, waar de toegang tot banken soms een probleem is, beheren vandaag al meer dan 100 miljoen mensen hun geld met hun mobiele toestellen.
Jij en ik kunnen het beheer van ons geld gewoon overlaten aan een bank, en krijgen er toegang toe via het internet, via een betaalautomaat of door gewoon een bankkantoor binnen te stappen. Voor een individu in een ontwikkelingsland is dat vaak minder makkelijk: de afstand van zijn woonst tot een fysieke bank kan soms meer dan een dagreis ver zijn, en voor veel inwoners van landen in Afrika, Latijns-Amerika en andere ontwikkelingsregio's zijn bankdiensten zelfs ontoegankelijk omdat hun inkomen de banktransactiekosten niet rechtvaardigt. Dus sprong een aantal mobiele operatoren in die landen een tiental jaar geleden op dat gat in de markt, door zelf voor bank te spelen.
Dat begon in Afrika, waar meer dan 50 procent van alle mobiele providers al een mobiele portemonnee lanceerde, waarmee inwoners van die landen via hun mobiele telefoon (niet eens een smartphone dus) overschrijvingen kunnen uitvoeren en microleningen kunnen aangaan. Ondertussen zijn die mobiele virtuele portemonnees beschikbaar in 89 landen, die samen 61 procent van de Derde wereld vertegenwoordigen, zo blijkt uit een studie van de GSM Association, de koepelgroep die ook het nog tot vandaag lopende Mobile World Congress in Barcelona organiseert.
Tijdens die hoogmis van de mobilofoonindustrie kwam de organisatie met het nieuws dat het aantal wereldwijde gebruikers van mobiele portemonnees ondertussen gestegen is naar 100 miljoen. Dat is een stijging van 41 procent ten opzichte van vorig jaar. Er zijn 149 diensten op dit moment. De helft van de nieuwe diensten werd gelanceerd buiten Afrika.