Zomertip: zet je rode wijn eens in de koelkast
Witte wijn en rosé zet je in de koelkast, rode wijn drink je op kamertemperatuur. Dat is de schaarse basiskennis die de amateursommelier in onszelf nog net bezit. Maar zelfs dat is niet volledig correct, zo blijkt: sommige rode wijnen smaken beter als ze gekoeld zijn, zo legt een échte sommelier, Matthew Pridgen uit Houston, uit.
Rode wijnliefhebbers schakelen op warme dagen wel eens over op een koel glas witte wijn, maar dat hoeft helemaal niet, legt sommelier Matthew Pridgen uit. "De temperatuur waarop rode wijn geserveerd wordt, heeft een grote impact op de smaak," weet hij. "Kamertemperatuur of nog warmer verdoezelt de fruitige toetsen van rode wijn, terwijl het de smaak van alcohol en zuurte net verscherpt. Sommige rode wijnen smaken daarom lekkerder als je ze lichtjes koelt."
Voor je die hele wijnkelder in de koelkast propt, nog even dit: niet elke rode wijn leent zich tot koelen. Zwaardere, oude wijnen, zoals een Bordeaux of een Rioja, komen nog altijd het beste tot hun recht bij 18°, wat in wijntermen bedoeld wordt met kamertemperatuur. Het zijn de lichte, fruitige wijnen met minder alcohol en tannine die een koelsessie kunnen gebruiken en lekker smaken bij 12° à 13°. Onder meer gamay, cabernet franc, grolleau, zinfandel, grenache en frappato geeft Pridgen als voorbeelden.
Zet je die lichte rode wijnen standaard in de koelkast die ongeveer 6° à 8° is, dan zal jouw fles er veel te koud uitkomen. Plaats de rode wijn daarom een uur à anderhalf uur op voorhand in de koelkast, zodat ze ongeveer 12° à 13° is als je ze op tafel tovert. Santé!