De onderwijshervorming in zes punten
Het masterplan voor het secundair onderwijs zet volgens onderwijsminister Pascal Smet de koers uit voor de hervorming die het middelbaar onderwijs de komende jaren zal doormaken. Hieronder enkele punten uit het door de Vlaamse regering goedgekeurde masterplan.
Lager onderwijs
De hervorming van het secundair ondewijs begint eigenlijk al in de laatste graad van het lager onderwijs. Het curriculum daar wordt versterkt met vakleerkrachten voor Frans, techniek en wetenschappen en muziek. Er komt meer differentiatie die sterke leerlingen moet uitdagen en zwakke leerlingen moet helpen. Op het einde van de lagere school komen er toetsen voor kwaliteitscontrole, een beetje zoals de al bestaande interdiocesane toetsen in het vrij onderwijs.
Verbrede graad
Alle leerlingen met een getuigschrift lager onderwijs komen in een eerste graad waarvan de inhoud "verbreed" is. Dat wil zeggen dat alle leerlingen bepaalde competenties aangeleerd zullen krijgen. Alle leerlingen zullen in het eerste jaar binnen het basispakket van 27 uur wetenschap, economie, cultuur krijgen, wat nu niet het geval is. Wel blijven er keuzes binnen de vijf uur differentiatie. "Leerlingen zullen dus, zoals nu, kunnen blijven kiezen voor Latijn", zegt minister Smet. Vanaf het tweede jaar is er nog 25 uur basisvorming waarin leerlingen al een beperkte keuze kunnen maken in de richting van het domein dat ze later kunnen kiezen. De studiekeuze komt dus op 13 jaar voor wie dat wil, maar moet pas op 14 jaar, bij de start van de tweede graad, gekozen worden. Leerlingen zonder getuigschrift lager onderwijs moeten een schakeltraject volgen.
Tweede graad
Vanaf het derde middelbaar worden de studierichtingen ingedeeld volgens vijf domeinen (wetenschap en techniek, taal en cultuur, welzijn en maatschappij, kunst en creatie en economie en organisatie) en volgens het doel van de richting: doorstuderen, gaan werken of een optie op de twee. Die herinrichting is nog niet voor vandaag: eerst worden de meer dan 300 bestaande richtingen gescreend en gesnoeid. Dat zal meer dan twee jaar in beslag nemen, vandaar dat de structuur pas vanaf 2016 ingevoerd kan worden. Eens ze is doorgevoerd, vallen de labels ASO, TSO, BSO en KSO weg. "De arbeidsmarkt vraagt dat onderscheid niet meer, net zoals ze het onderscheid tussen arbeiders en bedienden niet meer vraagt", zegt minister Smet.
Hoe kan een school eruitzien?
Scholen zullen kunnen kiezen om zich te specialiseren in een (of meerdere) van de vijf domeinen - dat worden dan 'domeinscholen'. Zo kan een domeinschool 'wetenschap en techniek' zowel wiskunderichtingen als technische richtingen aanbieden. Leerlingen uit beide richtingen zitten niet in dezelfde klas, maar wel op dezelfde school en kunnen van elkaar leren, luidt de redenering. Zij die na verloop merken dat ze toch liever een meer praktische richting volgen, hoeven bovendien niet van school te veranderen. Nu moet dat wel vaak. Een kwart van alle huidige scholen zijn immers 'zuivere' ASO-scholen. Ze bieden geen TSO of BSO aan. Scholen kunnen ook 'campusschool' worden en richtingen uit verschillende domeinen en met verschillende doelen aanbieden op één campus.
Timing
De hervorming komt er stapsgewijs, want de huidige en volgende Vlaamse regering moeten nog heel wat beslissingen nemen. Bovendien gaan alle belanghebbenden (het onderwijsveld, de overheid, de sociale partners) in 2016 evalueren of het kwaliteitsniveau van de richtingen daalt. Minister Smet maakt zich sterk dat die evaluatie positief zal zijn. Smet meent dat de nieuwe koers niet makkelijk gewijzigd kan worden. "De trein is vertrokken", zegt Smet. In theorie kan een volgende Vlaamse regering de koers wijzigen, "net zoals die in theorie de VRT kan afschaffen". En de scholen zelf zullen moeten bepalen welke richtingen ze precies gaan aanbieden.
Is dat verplicht?
Neen. Alle scholen werken volgens de nieuwe matrix, maar niet alle scholen worden verplicht om 'domeinschool' of 'campusschool' te worden. Zij die dat wel willen, zullen daarvoor (financiële) stimulansen krijgen. Bovendien zijn de onderwijsnetten grote voorstander.