Technische richtingen zitten in de lift
De leerlingencijfers van de onderwijsinstellingen in Vlaanderen van begin september 2013 tonen lichte schommelingen, vaak een gevolg van demografische evoluties in de geboortecijfers. Wat de studiekeuze in het middelbaar onderwijs betreft, signaleert het vrij onderwijs opmerkelijk meer belangstelling voor technische richtingen, zoals mechanica-elektriciteit en personenzorg (verpleegkunde). Een groep experts heeft intussen een reeks aanbevelingen klaar om jongeren, en dan vooral meisjes, warm te maken voor een wetenschappelijke of technologische opleiding.
In het vrije, katholieke onderwijsnet werden op 1 september van dit jaar 143.029 kinderen in het gewoon kleuteronderwijs ingeschreven, een stijging van 0,23 procent tegenover vorig jaar. In het gewoon lager onderwijs waren er 243.273 leerlingen, een toename met 1,32 procent. In het gewoon secundair 316.478, een daling met 0,29 procent.
Trendbreuk
Wat de studiekeuze in het katholiek secundair onderwijs betreft, valt het op dat de richtingen Personenzorg, Chemie en Mechanica en Elektriciteit een stijging met ongeveer een half procent kennen.
"Misschien niet zoveel, maar toch belangrijk als je weet dat die technische richtingen tot nog toe een neerwaartse trend kenden. Deze trendbreuk betekent dat bij studiekeuze rekening gehouden wordt met de werkgelegenheidsperspectieven", zegt Chris Smits, secretaris-generaal van het Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs.
Overvolle scholen
Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap telde op op 4 september 183.230 leerlingen, dat zijn er 3.309 meer dan vorig schooljaar. In het kleuteronderwijs stijgt het aantal leerlingen met 1,85 procent, en in het lager onderwijs met 2,72 procent. In het secundair onderwijs is er een toename met 1,45 procent. Het leerlingenaantal stijgt het sterkst in het algemeen secundair waar vooral de wetenschappelijke richtingen aan populariteit winnen.
"We zijn uiteraard blij met deze cijfers," zegt Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!. "Maar we betreuren dat we steeds vaker signalen krijgen van scholen die leerlingen moeten weigeren omdat ze vol zijn, en dat beperkt zich niet meer tot de capaciteitsgebieden."
Techniekcoaches
Een groep experts, verzameld in het STEM-platform (STEM staat voor Science, Technology, Engineering and Mathematics), heeft intussen een reeks aanbevelingen klaar om jongeren, en met name meisjes, warm te maken voor een wetenschappelijke of technologische opleiding en nadien voor een job in die richting.
De problematiek is niet nieuw: terwijl de Vlaamse arbeidsmarkt schreeuwt om technisch en wetenschappelijk geschoold personeel, kiezen onvoldoende jongeren voor wetenschappelijk en technische richtingen.
STEM-actieplan
Om dat probleem aan te pakken, lanceerde de Vlaamse regering in 2012 een STEM-actieplan. Dat plan bepaalde onder meer dat een STEM-platform, bestaande uit onafhankelijke experts, concrete aanbevelingen en voorstellen moest uitwerken. Die aanbevelingen werden vandaag voorgesteld in aanwezigheid van Vlaams minister-president Kris Peeters, onderwijsminister Pascal Smet en minister van Innovatie Ingrid Lieten.
De experts, onder aanleiding van Telenet-directeur Martine Tempels, schuiven eerst en vooral duidelijke cijferdoelen naar voor. Algemeen streefdoel is om tegen 2020 het OESO-gemiddelde te halen. In andere gevallen moet er minstens 4 procent verbetering zijn tussen 2011 en 2020. Zo moet de instroom van meisjes in de STEM-richtingen in het secundair onderwijs van 27,4 procent naar 33 procent klimmen. Ook het vrouwenaandel in de professionele STEM-bachelors moet omhoog van 29 naar 33 procent.
Ondervertegenwoordigd
Die specifieke cijferdoelstellingen rond meisjes/vrouwen zijn geen toeval. Meisjes blijven namelijk zwaar ondervertegenwoordigd in de STEM-richtingen. Platform-voorzitster Martine Tempels heeft daarvoor een verklaring: "Meisjes en vrouwen kiezen graag voor wat verbeterend werkt. En dat is door de abstractie in de technologische opleidingen niet altijd duidelijk. Kijk naar de ICT-afdeling van het UZ Gasthuisberg. Dertig procent daar is vrouw. Dat is veel meer dan op andere ICT-afdelingen. Dat heeft gewoon te maken met het feit dat de toepassingen die ze ontwikkelen duidelijk nut hebben in de zorg".
Om de cijferdoelstellingen te halen, stellen de experts een hele resem maatregelen voor. Rode draad is dat er van het basisonderwijs tot in het hoger onderwijs op een geïntegreerde manier aandacht gaat naar wiskunde, wetenschappen en techniek.
Techniekcoaches
In de geplande hervorming van het secundair onderwijs is al voorzien dat er in het lager onderwijs vakleerkrachten techniek en wetenschappen kunnen ingezet worden. Maar het moet volgens de STEM-experts ook mogelijk zijn om techniekcoaches in het basisonderwijs te voorzien. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen met technologische ervaring uit de bedrijfswereld die op vrijwillige basis de leerkrachten bijstaan in lessen rond wetenschap en techniek. Er komt een pool van vrijwilligers. Vraag en aanbod zullen via een website (Klascement) op mekaar worden afgestemd. "Onderwijs en bedrijfswereld zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Men moet stoppen met mekaar te beschuldigen en samenwerken", aldus Smet.
Aan het einde van het basisonderwijs komt er ook een verkennende of oriënterende STEM-test. Die test kan dan aangeven in hoeverre iemand talenten heeft om verder te gaan in STEM-richtingen in het secundair onderwijs. Voor het secundair onderwijs wordt voorgesteld een "abstracte technologierichting" te introduceren en om in alle studierichtingen van het secundair onderwijs (ook in de niet-technische richtingen) een algemeen vak technologie te organiseren.
STEM-academies
Nog een opvallend plan is om naar analogie met muziekacademies ook STEM-academies op te richten. "Wie een passie heeft voor voetbal, muziek of dans, kan in het weekend perfect naar een academie of sportclub. Maar als je een passie hebt voor wetenschap en technologie bestaat er bijna geen aanbod om die passie verder te ontwikkelen", zegt Martine Taeymans, expert van het STEM-platform en marketingdirecteur bij Thomas More in Mechelen. Er bestaan in Vlaanderen links en rechts wel initiatieven (bv. het CoderDojo-project, waarbij jongeren lessen krijgen in programmeren), maar het is de bedoeling om in heel Vlaanderen een herkenbare structuur uit te rollen. Volgens onderwijsminister Smet komt er een marktconsultatie om te kijken wie zijn schouders onder de STEM-academies zou kunnen zetten.
Omdat het begrip STEM in Vlaanderen nog onvoldoende bekend is bij het brede publiek, komt er ook een marketingplan. Volgens minister Smet wordt gewerkt aan een logo en een label.
Duidelijke boodschap
Alle maatregelen samen moeten ervoor zorgen dat meer jongeren kiezen voor STEM-richtingen en ook dat die opleidingen niet meer aanzien worden als een "minderwaardige keuze". Voor minister Smet is de boodschap ook duidelijk: "Ofwel doen we dit en nemen we deze maatregelen, ofwel zal Vlaanderen niet klaar zijn voor de kenniseconomie en de arbeidsmarktnoden van de toekomst".