Slimme ouders maken slimme kinderen
Zijn je ouders twee slimmeriken? Dan heb je geluk, want dan zal ook jij gezegend zijn met een gezonde dosis verstand. Uit een grootschalig onderzoek bij 18.000 kinderen uit Australië, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten blijkt immers dat 40 procent van de intelligentie van een kind afkomstig is van zijn of haar ouders.
Het debat over het feit dat intelligentie in je natuur zit of getraind kan worden, lijkt eindelijk een antwoord te hebben. Uit het grootste genetische onderzoek ooit over intelligentie bij kinderen blijkt immers dat tussen de 20 en 40 procent van een kinder-IQ een genetische verklaring kent. "De schatting van DNA-informatie is lager dan bij eerdere studies, maar het beantwoordt aan het eerdere vermoeden dat intelligentie erfelijk is", verklaart Dr. Beben Benyamin van de Universiteit van Queensland aan ABC.
Het FNBP1L-gen
Dr. Benyamin en zijn team onderzochten DNA-monsters bij 18.000 kinderen tussen zes en achttien jaar. Bij de deelnemende kinderen gingen ze op zoek naar een verband tussen verschillende patronen in hun DNA en IQ. Het experiment toonde aan dat het gen FNBP1L kan gelinkt worden aan intelligentie bij kinderen. Hetzelfde gen bleek eerder echter al dienst te doen als belangrijkste gen in de intelligentievoorspelling bij volwassenen.
IQ
Bij studies naar de invloed van genetische factoren op persoonlijkheidskenmerken onderzoeken wetenschappers normaal gezien altijd varianten van het gen, namelijk het enkel-nucleotide polymorfie (SNP). Dit gen geeft immers preciezere genetische informatie. "Ons onderzoek heeft geen enkele SNP-variant gevonden dat de intelligentie bij kinderen goed kan voorspellen", gaat Benyamin verder. "Wanneer we echter kijken naar het gemeenschappelijke effect van alle SNP's, kunnen we ervan uitgaan dat de genen kunnen bijdragen tot een IQ-verschil van 20 tot 40 procent", besluit hij.
Om even over te gaan naar mensentaal, kunnen we dus stellen dat er veel genen verantwoordelijk kunnen zijn voor de intelligentie bij kinderen. Ze mogen allemaal dan wel maar een klein effect uitoefenen, de gevolgen zijn wel degelijk cumulatief. Bovendien benadrukken de wetenschappers dat hun onderzoek ook kan bijdragen tot een beter begrip van intellectuele beperkingen.