Europees Parlement geeft groen licht voor universele oplader
Een grote meerderheid van de leden van het Europees Parlement heeft dinsdag de invoering goedgekeurd van een universele lader voor smartphones en andere kleine elektronica. Vanaf eind 2024 moeten die toestellen verplicht met een USB-C-poort uitgerust zijn. Consumenten zullen dan kunnen kiezen of ze samen met hun toestel een nieuwe oplader aanschaffen of niet.
De invoering van een universele lader heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Via vrijwillige engagementen van de technologiesector is het aantal ladertypes het afgelopen decennium al fors geslonken, maar tot één uniek model kwam het niet. Met name Apple bleef dwarsliggen, omdat het vasthield aan zijn Lightning-technologie.
In september vorig jaar besloot de Europese Commissie daarom een universele lader door te drukken. Negen maanden later bereikten de onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad daarover een akkoord. Het is dat akkoord van juni dat de plenaire vergadering van het Parlement nu heeft bekrachtigd. Dat gebeurde met een grote meerderheid van 602 stemmen voor, 13 tegen en 8 onthoudingen.
Elektronisch afval
De nieuwe regels houden in dat ten laatste over twee jaar alle nieuwe mobiele telefoons, tablets, digitale camera’s, hoofdtelefoons, e-readers, draagbare spelconsoles... via dezelfde USB-C-poort opgeladen moeten kunnen worden. Vanaf 2026 zal de verplichting ook gelden voor laptops.
De maatregel past niet enkel in de ambitie om het consumenten makkelijker te maken, maar moet ook de elektronische afvalberg verkleinen. Momenteel zijn weggegooide en ongebruikte laders goed voor zowat 11.000 ton aan elektronisch afval per jaar. Consumenten de keuze laten of ze een nieuwe oplader kopen, moet een jaarlijkse besparing van 250 miljoen euro opleveren. Daarnaast zou er door de maatregel 2.600 ton minder aan grondstoffen nodig zijn voor de aanmaak van opladers.
“Eindelijk”
“Eindelijk”, reageert Europees Parlementslid Hilde Vautmans (Renew Europe, Open Vld) enthousiast op de goedkeuring. “Gedaan met dat kluwen van oplaadkabels in onze lades waar je nooit de juiste vindt. Dit brengt Europa echt dicht bij de burger: goed voor onze consumenten én voor ons milieu. Het heeft alleen maar voordelen. Het lijkt eenvoudig en evident maar toch heeft het lang geduurd voor we dit echt konden doordrukken.”
Vautmans legt uit dat er in het eerste kwartaal van 2022 wereldwijd maar liefst 311 miljoen smartphones werden verkocht. Elk met een aparte oplader. “Hoog tijd dus om hier verandering in te brengen.”
“Jammer dat we er wel nog op moeten wachten tot 2024", klinkt het. “Ligt het aan de macht van de industrie of heeft de Europese Commissie net te weinig macht? Alleszins, ik ben blij dat de universele lader er eindelijk zal zijn in 2024!” besluit Vautmans.
Ook Tom Vandenkendelaere (CD&V) stemde voor de invoering van de universele lader, “die eindelijk een einde maakt aan de frustratie van consumenten over de berg incompatibele laders die zich thuis opstapelen”.
Regelmatige herziening
Het is nu aan de 27 EU-landen om de richtlijn formeel goed te keuren. Ze hebben dan 12 maanden de tijd om die in nationale wetgeving om te zetten en daarna nog eens 12 maanden om de regels toe te passen. De Europese Commissie wordt gevraagd om regelmatig te bekijken of de lijst met toestellen die met de universele oplader uitgerust moeten zijn, nog moeten worden uitgebreid, en of laders en toestellen in de toekomst verplicht apart moeten worden verkocht. Ook zal de Commissie zich buigen over geharmoniseerde regels voor draadloos opladen.
Een regelmatige herziening zorgt ervoor dat de Europese regels de ontwikkeling van nieuwe technologieën niet afremmen
“Een regelmatige herziening zorgt ervoor dat de Europese regels de ontwikkeling van nieuwe technologieën niet afremmen”, zegt de Maltese sociaaldemocraat Alex Agius Saliba, die namens het Parlement de onderhandelingen met de lidstaten voerde.
Ook Sara Matthieu (Groen) betwist dat de innovatie van opladers in het gedrang kan komen. “Eventuele technologische ontwikkelingen zullen we telkens aanpassen aan de technische eisen van de wet, zoals de laadpoort, draadloze technologie enzovoort. Zo kunnen competitie en ontwikkeling hun werk blijven doen.”