Nieuwe Europese superraket Ariane-6 krijgt vorm
Het projectteam van het Europese Ruimtevaartbureau ESA heeft volgens voorzitter Jean-Yves Le Gall van het Franse ruimtevaartbureau CNES met een "ruime consensus" het concept van de industrie voor de opvolger van de Europese draagraket Ariane-5 goedgekeurd. De Ariane-6 moet Europa tegen een lagere kost autonome toegang tot de ruimte blijven garanderen.
ESA maakt bekend dat de Ariane-6 een raket van de middenklasse zal worden, zowat naar analogie van de Russische Sojoez. De capaciteit bedraagt 3 tot 6,5 ton in een voorlopige geostationaire baan. De raket zal dus ten dienste staan van overheden en de economie.
Ariane-6 zal een onderste trap met vier motoren omvatten. Die draaien er elk zowat 135 ton vaste poederbrandstof door. De bovenste trap zal één motor op vloeibare zuurstof en waterstof hebben, met mogelijkheid tot meerdere ontbrandingen. De neuskegel van 5,4 diameter zal een zelfde volume satellieten kunnen omhullen als de Ariane-5.
De Ariane-6 moet vanaf het volgende decennium het nieuwe 'werkpaard' van de Europese ruimtevaart worden.
Het is echter nog niet zeker dat Europa wel degelijk de Ariane-6 zal bouwen. Zo wil Duitsland, een van de grootste geldschieters binnen de ESA, liever eerst de huidige Ariane-5 ontwikkelen naar een Ariane-5ME. Vooral Frankrijk wil een nieuwe draagraket die dan de eigen ruimtevaartindustrie ten goede moet komen.
Een lancering van Ariane-6 moet volgens Le Gall dertig procent minder kosten dan Ariane-5 (100 miljoen euro voor een kunstmaan van zes ton).