Waarom we wellicht nooit op de maan zullen leven
De hypothese dat leven op de maan mogelijk zou zijn door de aanwezigheid van water, lijkt steeds verder weg te drijven van de realiteit. Astronauten van de Apollo-missie omschreven de maan in 1994 al als "een droge, dorre stofbal" en in een nieuwe onderzoekspaper wordt gesteld dat het veelbesproken ijs in de Shackleton-krater niet meer zou zijn dan witte steen.
De droom om ooit op de maan te leven wordt geprikkeld door de gedachte dat er water aanwezig zou zijn.
In een artikel op de website van NASA's Lunar Science Institute staat dat er potentieel twee types water op de maan te vinden zijn: water afkomstig van kometen die tegen de oppervlakte knallen en water dat ontstaan is op de maan zelf.
Verschillende ruimteschepen zouden bewijzen gevonden hebben voor de aanwezigheid van water. Vooral de befaamde Shackleton-krater op de zuidpool van de maan wordt gebruikt als basis voor allerhande wilde theorieën omdat er eeuwenoud ijs te vinden zou zijn. Hierop werden onder meer denkpistes gebouwd voor de productie van drinkwater en brandstof voor de toekomstige maankolonies.
Maanrivier
De theorie dat er water op de maan zou zijn, kreeg leven in 1994, toen NASA's ruimteschip Clementine rond de maan cirkelde om de minarele samenstelling van de oppervlakte te onderzoeken. De radiogolven die reflecteerden op de schaduwrijke kraters suggereerden dat ze wel eens ijs zouden kunnen bevatten. Controlestudies met radiotelescopen vanop de aarde konden de stelling echter niet hard maken.
In 1998, tijdens een nieuwe maanmissie met de Lunar Prospector spacecraft, werd een speciaal instrument gebruikt om waterstofatomen op te sporen op het maanoppervlak. De signalen werden opgepikt in de kraters op de polen, waarop het ruimteschip doelbewust crashte in één van de kraters, in de hoop om zo water naar de oppervlakte te brengen dat zichtbaar zou zijn vanop de aarde. Er gebeurde echter niets.
Toch waren de hypotheses voldoende om talloze berichten over toekomstige maanbasissen uit te lokken. Voor wetenschappers blijft het debat over de kolonisering van de maan echter onopgelost.
Witte steen?
Vorig jaar boog een team van planetaire deskundigen zich over de Shackleton-krater. Ze stellen dat de krater een lichte, heldere bodem heeft en nog veel wittere wanden. Het team vermoedt dat het gewoon gaat om regoliet, het gesteente waaruit de bodem van de maan is opgebouwd. Het is van nature reflectief en licht, maar wordt door blootstelling aan kosmische straling, zonnewind en meteorieten gaandeweg donkerder. De omgeving van de kraters biedt echter voldoende bescherming, waardoor het schijnbaar om een maagdelijke ijsvlakte gaat. De conlusie van het team was dat het heldere materiaal mogelijk een dunne laag is van stof uit stenen en 20 procent ijs.
In een onderzoekspaper in het tijdschrift Geophysical Research Letters wordt echter gesteld dat het ijs niet meer zou zijn dan witte steen. Japanse wetenschappers van Jaxa (Japan Aerospace Space Exploration Agency) hebben gegevens geanalyseerd van maansatelliet Selene. Ze vonden stenen uit anorthosiet op de hele maan, een materiaal dat ontstaat wanneer meteorieten de maan raken en het oppervlak doen smelten. De studie suggereert dat de maan een dikke laag anorthosiet zou bevatten, ettelijke kilometers onder de oppervlakte, die ontstaan is door een massieve impact niet lang na het ontstaansproces.
Anorthosiet
Dit gesteente is zeer puur en heeft een extreem zuivere, witte kleur. Anders dan ijs absorbeert anorthosiet infraroodstraling sterk op een golflengte van 1,25 micrometer. Het is net dit typische kenmerk dat gevonden werd in de wanden van de Shackleton-krater, waardoor de aanwezigheid van ijs uitgesloten lijkt. Toch wordt de mogelijkheid van water elders op de maan niet volledig van tafel geveegd, alleen vermoedt het Japanse team dat het slechts om verwaarloosbare hoeveelheden zou gaan, goed verborgen in ondergrondse spelonken.