Dodelijkste dag ooit op Mount Everest: zeker 12 lichamen geteld na lawine
Minstens twaalf mensen zijn vanochtend omgekomen door een lawine op de flanken van Mount Everest. Het gaat om het dodelijkste ongeval ooit op de hoogste berg ter wereld. De slachtoffers zijn Nepalese berggidsen en sherpa's die de route aan het voorbereiden waren voor de vooral buitenlandse klimmers. De zoektocht naar mogelijke overlevenden is door de slechte weersomstandigheden afgeblazen. Hoeveel sherpa's vermist worden, is niet duidelijk. Zeven alpinisten werden gered.
De lawine sloeg om 06.45 uur plaatselijke tijd toe, in een zone op 5.800 meter hoogte die "popcorn field" genoemd wordt. Door de lawine raakten drie Nepalezen gewond. Zeker vijf mensen worden nog vermist, aldus het ministerie.
De gidsen en sherpa's waren op een hoogte van ongeveer 5.800 meter bezig met voorbereidingen voor andere klimmers, die de hoogste berg van de wereld willen bedwingen. Ze werden daarbij overvallen door de sneeuwmassa. Meteen na de lawine stegen helikopters op naar de plek tussen het basiskamp 1 en 2. Andere sherpa's gingen ook de bergen in om te zoeken naar hun collega's.
Door het ongeval wordt eens te meer duidelijk welke risico's de sherpa's nemen. Zij zorgen onder meer voor het transport van tenten en proviand en herstellen de touwen die buitenlandse alpinisten helpen om de top, op 8.848 meter hoogte, te bereiken.
Nooit eerder vielen zoveel doden op de flanken van de Mount Everest. In 1996 kwamen acht mensen om tijdens een beklimming. Daarover schreef de journalist en alpinist Jon Krakauer het boek 'Into thin air'. Sinds de eerste beklimming van de berg, in 1953 door Sir Edmund Hillary en zijn sherpa, Tenzing Norgay, zijn al meer dan 300 mensen omgekomen. Meer dan 4.000 anderen behaalden de top.